Verdrinkingen in Nederland

Verdrinkingen in Nederland

Binnen het project NL Zwemveilig voert het Mulier Instuut in de periode 2018-2020 twee projecten uit op het thema ‘verdrinking’. Uit eerder onderzoek in 2017 is gebleken dat de registratie van verdrinkingen in Nederland verspreid is. Verschillende organisaties registreren verdrinkingen met en zonder dodelijke afloop. Daarnaast worden vaak geen risicofactoren in de registratie opgenomen waardoor het niet mogelijk is inzicht te geven in de risicogroepen voor verdrinkingen.

In de periode 2018-2020 wordt binnen het project NL Zwemveilig door het Mulier Instituut vervolgonderzoek gedaan. De focus van dit onderzoek ligt op de registratie van verdrinkingsongevallen in binnenzwembaden aangezien hier nog weinig over bekend is. Daarnaast wordt gewerkt aan koppelen van data uit verschillende registratiesystemen om op die manier beter zicht te krijgen op de risicofactoren waardoor risicoprofielen voor verdrinkingen gemaakt kunnen worden.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in de periode 2018-2019.

Zie voor meer informatie over NL Zwemveilig de themapagina leren zwemmen.

Uitgelicht

Aantal verdrinkingen sterk afgenomen

Het aantal verdrinkingen met dodelijke afloop in Nederland is sinds 1950 sterk afgenomen. In 1950 was sprake van 5,1 verdrinkingen op 100.000 inwoners, in 2017 is dit gedaald naar 0,5 op 100.000 inwoners. Verdrinkingen komen met name voor bij jonge kinderen (0-5 jaar), ouderen (65+ jaar), mannen en mensen van niet-westerse komaf. Vooral in de leeftijd 0-5 jaar is in de afgelopen twintig jaar een sterke daling van verdrinkingsongevallen te zien.

Uitgelicht

Toezichthouders ervaren invloed van verdrinkingsgeval Rhenen

Zes op de tien toezichthouders in zwembaden geven aan dat de verdrinking van een negenjarig Syrisch meisje in een zwembad in Rhenen, en de veroordeling van drie toezichthouders in dat verband, invloed heeft op de ervaring van hun werk. Bijna alle professionele toezichthouders zijn bekend met de zaak, en vier op de tien toezichthouders zien invloed ervan op de uitvoering van hun werk.