Leren bewegen

Sport, een actieve leefstijl en onderwijs zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het Mulier instituut volgt de ontwikkelingen rond sport en bewegen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs al vanaf de oprichting. De omvang, de kwaliteit en de effecten van het bewegingsonderwijs en sport op scholen zijn onderwerp van de periodieke monitoring door het instituut. Naar zwemonderwijs en zwemveiligheid wordt onderzoek gedaan in het kader van Nederland Zwemveilig. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met beleidsinstanties zoals verschillende ministeries, KVLO, NOC*NSF en de Nationale Raad Zwemveiligheid.

Het Mulier Instituut publiceert brede analyses op dit thema in de Rapportage Sport. In internationaal verband wordt samengewerkt met de EuPEO aan een Europees Physical Education Observatory. Andere onderwerpen waaraan meer specifiek aandacht wordt besteed betreffen Physical Literacy, lange termijn effecten van bewegingsonderwijs, inzet van vakleerkrachten, sport en bewegen in de gezonde school, passend onderwijs en blessurepreventiebeleid.

Uitgelicht

Basisschoolleerlingen zijn minder bewegingsvaardig

Met de rapportage Peil.Bewegingsonderwijs heeft de Onderwijsinspectie de stand van zaken van het bewegingsonderwijs in beeld is gebracht. De belangrijkste conclusie: basisschoolleerlingen zijn minder bewegingsvaardig dan tien jaar geleden. De conclusies in het rapport van de Onderwijsinspectie zijn in lijn met recente rapportages van het Mulier Instituut over het bewegingsonderwijs

Uitgelicht

Bewegen en sport op deel vmbo blijft achter bij landelijke norm

Binnen alle onderwijsstromen van het voorgezet onderwijs is de nodige aandacht voor les in bewegen en sport. Het lesaanbod op de theoretische/gemengde leerweg blijft achter bij de gehanteerde landelijke norm. Dit was in 2014 het geval en ook de 1-meting die het Mulier Instituut in 2018 heeft uitgevoerd laat hetzelfde beeld zien. Vmbo-leerlingen zijn ook buiten school minder sportief actief: ruim drie kwart van de scholieren geeft aan wekelijks te sporten (78%), scholieren van het van het vmbo (71%) aanzienlijk minder dan die van het vwo (87%). Bij de helft van de vo-scholen hebben leerkrachten lichamelijke opvoeding te maken met motivatieproblemen bij leerlingen, ook dit is juist bij vmbo-leerlingen meer het geval.

Zoeken in Kennisbank

 

Twee derde van de kinderen voldoet niet aan de Nationale Norm Zwemveiligheid

18 november 2019 | Bijna alle kinderen in Nederland verlaten de basisschool met minimaal zwemdiploma A en vijf op de zes kinderen behalen h...

Flinke verschillen in aandacht voor gymles binnen vmbo

31 oktober 2019 | Uit de 1-meting lichamelijke opvoeding en sport in het voortgezet onderwijs (2018) kwam naar voren dat het aantal lesure...

Verdrinkingen in Nederland: kinderen risicogroep, ongevallen vaak in en om het huis

4 juli 2019 | Een kwart van de mensen die naar aanleiding van een verdrinking in het ziekenhuis zijn opgenomen, is 0 t/m 4 jaar. Kinde...