Voorzieningen

Sportvoorzieningen, zoals sportaccommodaties en openbare ruimten, maken sporten mogelijk en zijn onlosmakelijk verbonden met sport en sportief bewegen, met sportorganisaties (verenigingen, commerciële aanbieders, etc.) en met gemeentelijk beleid. Om deze reden vormt onderzoek naar de vele facetten van sportvoorzieningen een belangrijk onderdeel van het werk van het Mulier Instituut.

Het Mulier Instituut registreert de aanwezigheid van sportaccommodaties in Nederland in de Database SportAanbod (DSA) en onderzoekt ontwikkelingen in het landschap van sportvoorzieningen in Nederland. De data uit de DSA worden onder andere in samenwerking met RIVM ontsloten via www.sportopdekaart.nl. Daarnaast benut het Mulier Instituut deze database om kernindicatoren te ontwikkelen op gemeenteniveau voor de aanwezigheid van sportaccommodaties (kernindicator sportaccommodaties) en de aanwezige beweegvriendelijke omgeving (kernindicator beweegvriendelijke omgeving).

De overheid heeft een belangrijke rol bij een groot deel van de totstandkoming en exploitatie van de sportinfrastructuur in Nederland. Ongeveer 80 procent van de overheidsmiddelen besteed aan sport gaat naar de bouw, het onderhoud, het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties. Deze inzet komt vrijwel volledig van gemeenten. In geld uitgedrukt zijn de sportaccommodaties hiermee verreweg het belangrijkste beleidsinstrument dat wordt ingezet om de doelen van het sportbeleid te realiseren. Het Mulier Instituut hecht er daarom aan zicht te houden op alle facetten van het (lokale) sportaccommodatiebeleid. Door middel van (beleids)monitoring en verkennende en verdiepende studies op landelijk, provinciaal en lokaal niveau draagt het Mulier Instituut bij aan een beter inzicht in de doelmatigheid en effectiviteit van sportaccommodatiebeleid en adviseert het gemeenten op onderdelen van het sportaccommodatiebeleid.

Een belangrijk onderdeel van het accommodatiebeleid is zorgdragen voor een goede aansluiting van vraag naar en aanbod van voorzieningen. Aangezien sportaccommodaties een lange levensduur kennen is het daarbij van belang om rekening te houden met de gevolgen van demografische ontwikkelingen en veranderingen in het sportgedrag voor de toekomstige vraag naar sportaccommodaties. Voor het bepalen van deze toekomstige behoefte aan diverse typen van sportaccommodaties heeft het Mulier Instituut daarom een ruimte-instrument ontwikkeld voor binnensport, buitensport, zwembaden en de sportieve openbare ruimte om zo gemeenten van dienst te zijn bij het vormgeven van toekomstbestendig accommodatiebeleid.

In de afgelopen jaren is de beleidsmatige aandacht voor de openbare ruimte in relatie tot het sportbeleid toegenomen. De intrede van de Omgevingswet zal deze aandacht nog verder doen toenemen. Dit heeft het Mulier Instituut doen besluiten om extra aandacht te schenken aan dit thema om beleidsmakers en andere betrokkenen op deze wijze te voorzien van een goede basis voor toekomstig beleid. Het Mulier Instituut maakt werk van een brancherapport Sport en sportief bewegen in de openbare ruimte, dat in 2019 zal verschijnen.

Brancherapport

Sportaccommodaties in Nederland

Negen van de tien Nederlanders kunnen binnen een straal van 3 kilometer voetballen, tennissen, fitnessen en/of een zaalsport beoefenen. Drie kwart van de Nederlanders vindt binnen die straal een zwembad. Gemiddeld ligt de dichtstbijzijnde sportaccommodatie op minder dan 800 meter van de eigen woning. Dit blijkt uit het brancherapport Sportaccommodaties in Nederland dat zicht biedt op het landschap van de sportaccommodaties in Nederland.

Product

Ruimte-instrument

Hebben we als gemeente voldoende accommodaties? Gegeven demografische veranderingen, waar gaan zich tekorten voordoen? Biedt kunstgras (voldoende) soelaas? Voor een snel en adequaat inzicht in de (toekomstige) behoefte aan sportaccommodaties heeft het MI een ruimte-instrument ontwikkeld.

Proefschrift

Verschillen in sportdeelname: de invloed van sociale factoren en lokaal sportbeleid

Sportbeleid doet ertoe, maar sociale factoren zijn belangrijker bij het verklaren van verschillen in sportdeelname. Dat concludeert Remco Hoekman in zijn proefschrift dat hij op 4 oktober verdedigde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hoekman stelt vast dat hogere sportuitgaven van gemeenten samenhangen met kleinere participatieverschillen tussen hoge en lage statusgroepen. Verder bleek dat een grotere diversiteit aan sportaccommodaties de kans op maandelijkse sportdeelname vergroot. Hoewel lokaal sportbeleid op onderdelen van betekenis is, bleken de sociale omgeving en sociaaleconomische achtergrondkenmerken van grotere betekenis bij het verklaren van verschillen in sportdeelname.

Product

Tarief- en exploitatievergelijkingen sportaccommodaties

Het overgrote deel van het gemeentelijk budget gaat op aan het bouwen en exploiteren van sportaccommodaties. Maar ook voor de gebruiker van de sportaccommodaties is een belangrijk deel van de uitgaven gerelateerd aan het huren van deze sportaccommodaties. De kosten van de sportaccommodatie worden dus verdeeld over de gemeente en de gebruiker. Deze verdeling van kosten is alleen allesbehalve uniform. De verdeling van de lasten verschilt per gemeente, per (type) accommodatie en per huurder. Om inzicht te krijgen in de wijze waarop de sportaccommodaties in gemeenten geëxploiteerd worden, voert het Mulier Instituut exploitatievergelijkingen uit.

Zoeken in Kennisbank

Almere scoort goed op beweegvriendelijke omgeving en sportieve mogelijkheden

30 januari 2019 | De gemeente Almere scoort gemiddeld goed op de kernindicator beweegvriendelijke omgeving (KBO). Bij een vergelijking van...

Nieuw zwembad in Apeldoorn meest wenselijke scenario

17 januari 2019 | Om in Apeldoorn aan de behoefte voor banenzwemmen en verenigingszwemmen te voldoen, is het bouwen van een nieuw zwembad ...

Beweegvriendelijke omgeving in Arnhem goed, maar veel kansen nog onbenut

11 december 2018 | De gemeente Arnhem scoort gemiddeld goed op de beweegvriendelijkheid van de (woon)omgeving in de stad. Bij een vergelijk...