Sporttakken

 

Van atletiek tot bridge, van golf tot fitness en van wielrennen tot tennis: voor specifieke takken van sport voert het Mulier Instituut uiteenlopend onderzoek uit. Onderzoek over het imago van sport geeft meer inzicht in het bereiken van nieuwe doelgroepen, maar het Mulier Instituut brengt ook onder meer de ontwikkeling van de deelname van vrouwen aan de loopsport, de baanvoorkeur van Nederlandse tennissers, het actuele zwemgedrag in Nederland of de financiering van ijsbanen in beeld.

Voor uitspraken over sporttakken voert het Mulier Instituut soms nieuw vragenlijstonderzoek uit, maar wordt ook veel informatie gehaald uit beschikbare (CBS) enquêtedata.

Atletiek

Het Mulier Instituut bundelde in samenwerking met de Atletiekunie de beschikbare kennis over atletiek in Nederland en biedt daarmee een overzicht van de Nederlandse atletiekwereld in al zijn facetten. In Atletiek in Nederland wordt ingegaan op de geschiedenis van atletiek, de beoefenaars, de organisatiestructuur en accommodaties, maar het brancherapport geeft ook inzicht in thema’s als evenementen, economie, topsport en gezondheid.

Bridge

Hoewel de gemiddelde bridger rond de zeventig jaar is, blijft bridge een vitale sport waaraan 2 procent van de bevolking deelneemt. Buitenstaanders zien bridge als enigszins ouderwets en lastig aan te leren. Dat blijkt uit een uitgebreid onderzoek naar de (potentiële) bridger. Voor het onderzoek zijn spelers, cursisten, docenten en mensen met belangstelling voor bridge ondervraagd. Andere onderzochte onderwerpen zijn waarom sommige bridgers geen lid zijn van een bridgevereniging en de motieven om te bridgen.

Tafeltennis

De racketsporten hebben het moeilijk. In opdracht van Nederlandse Tafeltennisbond bracht het Mulier Instituut de competitievoorkeuren onder leden en oud-leden en de houding van de Nederlandse bevolking ten aanzien van tafeltennis in kaart. Afname van het spelplezier, een gebrek aan tijd en de voorkeur voor een andere sport waren de belangrijkste redenen voor oud-leden om hun lidmaatschap van de Nederlandse Tafeltennis Bond (NTTB) op te zeggen. Het aantal leden van de tafeltennisbond is in de afgelopen dertig jaar geleidelijk afgenomen tot bijna 28.000. Deze trend is ook bij andere racketsporten waar te nemen. Om deze afname om te buigen is zowel het behoud van de huidige leden als het aantrekken van nieuwe leden nodig.

Vechtsport

Ongeveer 2 procent van de bevolking beoefent wekelijks een vechtsport. Van de jongeren is dat 5 procent en van de mensen ouder dan 35 jaar 1 procent. Onder vechtsport verstaan we een groot aantal vormen zoals boksen, judo, karate en kickboksen. Hoewel de vechtsport ook georganiseerd is door bonden die aangesloten zijn bij NOC*NSF, bestaan diverse andere organisaties die vechtsportgala’s organiseren. Lees meer in de rapportage cijfers over vechtsport.

Voetbal

Sinds 2004 is sprake van een groeispurt waardoor steeds meer vrouwen lid worden van de voetbalbond. Ondanks de behaalde successen is de weg naar een meer evenwichtige verdeling nog lang. In 2015 was 12 procent van de voetballende leden van de KNVB vrouw.

Lees meer in de rapportage  ‘Vrouwenvoetbal is de snelst groeiende sport’.

 

Vissen

Naar aanleiding van de daling van het aantal JeugdVISpashouders, werden in opdracht van Sportvisserij Nederland redenen om te starten en stoppen met vissen bij de jeugd onderzocht. Tijdgebrek door school of werk is voor de oudere jeugd de belangrijkste reden om te stoppen met vissen. Jongere jeugd stopt het meest omdat ze een andere sport of hobby in plaats van sportvissen hebben gekregen. Gestopte jeugdige sportvissers hadden over het algemeen minder intrinsieke motivatie voor het vissen. Zij visten meer omdat familie of vrienden visten en minder om de rust of de spanning van het vangen van een vis (Waarom vist(e) de jeugd?, pdf).

Zwemmen

In samenwerking met het SCP en NLZwemveilig heeft het Mulier Instituut uitgezocht welke kinderen een zwemdiploma hebben. Van de kinderen van 6-10 jaar heeft 16 procent geen enkel zwemdiploma; van kinderen van 11 tot 16 jaar is dat 3 procent (2016). Van de jongste groep heeft een kwart de diploma’s A, B en C, van de oudere groep is dat een derde. Kinderen waarvan de ouders een lager inkomen hebben, in een grote stad wonen of een niet-westerse achtergrond hebben, blijken minder vaak een zwemdiploma te hebben. Als ze een diploma hebben, betreft het minder vaak meerdere diploma’s.

Lees meer over zwemmen en de onderzoeken in het kader van NL Zwemveilig op de themapagina leren zwemmen.

Uitgelicht

Brancherapport atletiek

Sinds zijn vroegste geschiedenis heeft atletiek een centrale plaats in het sportlandschap ingenomen en heeft de sport zich stelselmatig ontwikkeld. In de afgelopen 40 jaar is het aantal leden van de Atletiekunie verviervoudigd. Qua ledental is atletiek met 140.000 leden (in 2014) de achtste sport van het land. Sinds 2005 groeide het ledental van de bond met 29%. Dit maakt atletiek tot een van de grootste groeisporten van het laatste decennium.

Uitgelicht

Brancherapport tennis

Met 1700 verenigingen en ruim 600.000 leden is tennis de tweede georganiseerde sport in Nederland. In de leeftijdscategorie ouder dan 35 jaar is tennis zelfs de grootste georganiseerde sport van het land. De totale marktomvang van de tennissport is meer dan een half miljard euro. De financiële situatie bij meer dan negentig procent van tennisverenigingen is gezond, zonder dat clubs daarvoor op overheidssteun beroep doen.