Financiële situatie sportaanbieders

Sinds 2000 worden jaarlijks door het Mulier Instituut vragen gesteld aan het eigen Verenigingspanel over de financiële situatie van sportverenigingen. Dit levert een goed beeld op van de financiële situatie van sportverenigingen en hun verwachtingen voor de toekomst. Aanvullend is van tijd tot tijd aandacht voor de financiële situatie bij sportbonden en bij commerciële aanbieders, zoals fitnesscentra, golfbanen of maneges. Het Mulier Instituut blijft de financiële ontwikkelingen van de sportsector op de voet volgen.

Het Mulier Instituut volgt daarnaast in samenwerking met de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) de ontwikkelingen in contributiehoogtes en toegangsprijzen van zwembaden en ijsbanen in Nederland. In deze Contributiemonitor wordt op een eenduidige en overzichtelijke manier de contributiehoogtes en toegangsprijzen in beeld gebracht waardoor interessante beleidsinformatie beschikbaar komt over de kosten van sportbeoefening.

Uitgelicht

Financiën bij sportverenigingen

De financiën vormen een belangrijk onderdeel van een sportvereniging en vragen steeds meer aandacht. Twee derde van de clubs maakt zich weinig zorgen over de financiële toekomst. Contributies blijven de belangrijkste inkomstenbron. Voor een derde van de clubs worden financiële acties belangrijker. De clubs die zich (ernstig) zorgen maken, hebben vaker de contributie met meer dan index verhoogd en vinden financiële acties erg belangrijk omdat de mogelijkheden uit bijvoorbeeld kantine-opbrengsten en andere activiteiten op de (eigen) accommodatie voor hen gering zijn.

Uitgelicht

Contributiemonitor

Het Nederlandse verenigingsleven is erop gericht om zoveel mogelijk mensen te laten sporten. Dit uit zich in lage contributies die verenigingen aan hun leden vragen. Door de financiële crisis en bezuinigingen bij de overheid, zijn er zorgen over de betaalbaarheid van het lidmaatschap. Het Mulier Instituut en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) willen met de Contributiemonitor op een eenduidige en overzichtelijke manier de contributiehoogtes en toegangsprijzen van zwembaden en ijsbanen in Nederland volgen en hierover beleidsrelevante kennis ontwikkelen. Leden van de onderzochte sportverenigingen betalen in niet stedelijke gebieden gemiddeld 30 procent minder contributie dan leden in zeer sterk stedelijke gebieden.