Naar een Sportevenementen Informatie Systeem

In opdracht van het netwerk Kracht van Sportevenementen heeft het Mulier Instituut onderzoek uitgevoerd waarbij antwoord is gegeven op deze vraag:

Aan welke (vergelijkende) informatie over Nederlandse sportevenementen bestaat er bij partijen in het veld behoefte; hoe sluit dit aan bij bestaande informatieverzamelingen (databases, monitors) en WESP-richtlijnen; wat dient er aanvullend aan informatie te worden verzameld; hoe kan die informatie effectief worden verzameld én beheerd; en welke wijze van ontsluiten van informatie sluit het beste aan bij de wensen van partijen in het veld?

Afgesproken is dat het Mulier Instituut ook meeneemt welke partijen op dit moment rollen vervullen in een van deze processen én in de toekomst een rol zouden willen en kunnen vervullen. Als eindrapport werd een helder en bondig advies aan de werkgroep Kennisdeling voorgesteld over hoe een Sportevenementen Informatie Systeem (SIS) eruit zou kunnen zien, inclusief de weg daarnaartoe (stappenplan, partners, middelen). Het rapport is door het netwerk Kracht van Sportevenementen niet openbaar gemaakt. De management samenvatting is hierna opgenomen.

Management samenvatting

Sportevenementen nemen een betekenisvolle plaats in in het sportbeleid en in de beleving van de sport in Nederland. Rijk, provincies, gemeenten en bonden investeren in sportevenementen omwille van de maatschappelijke betekenis van evenementen. Toch staat de kennisverzameling over sportevenementen nog relatief in de kinderschoenen. Het netwerk Kracht van Sportevenementen wenst hierin verandering aan te brengen en wil een impuls geven aan de kennisverzameling over evenementen. Het heeft daarop aan het Mulier Instituut om advies gevraagd aan welke informatie over Nederlandse sportevenementen behoefte bestaat bij partijen in het veld; hoe dit aansluit bij bestaande informatieverzamelingen en richtlijnen; en hoe aanvullende informatie het beste kan worden verzameld, beheerd en ontsloten.

Voor het onderzoek is deskresearch uitgevoerd, zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van vier Nederlandse organisaties (ministerie van VWS, Kenniscentrum Sport, Wesp en Respons), met twee centrale organisaties in Denemarken en in het Verenigd Koninkrijk, en zijn groepsgesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van lokale overheden, bonden en evenementenorganisatoren.

Vastgesteld werd dat er – mede door de initiatieven van de Wesp – de afgelopen jaren het nodige aan sportevenementenonderzoek heeft plaatsgevonden. De ‘modelaanpak’ en de platformoverleggen van het netwerk Kracht van Sportevenementen hebben eraan bijgedragen dat kennis over evenementen beter wordt gedeeld. Desondanks signaleren we dat de kennisinfrastructuur ten aanzien van sportevenementen niet is meegegroeid met de toenemende maatschappelijke en politieke aandacht voor het thema sportevenementen. We signaleren dat relevante kennisorganisaties nauwelijks zijn aangesloten op dit thema, dat er geen sprake is van stelselmatige dataverzameling en monitoring en evenmin van wetenschappelijke verdieping. Er is bij kennisvragers niet of nauwelijks budget voor onderzoek, noch in geld noch in tijd. Onderzoek en beleid/praktijk zijn weinig  op elkaar betrokken. De richtlijnen die zijn ontwikkeld worden herkend en gebruikt in het veld, maar desondanks laten de onderzoeken zich nog niet goed met elkaar vergelijken omdat er grote verschillen blijven bestaan in de wijzen waarop de onderzoeken worden uitgevoerd. Grote onderzoeksmatige thema’s worden niet of nauwelijks geadresseerd en er worden niet of nauwelijks stappen gezet met betrekking tot innovatie in dataverzameling en onderzoekstechnieken. Een helder en compleet overzicht van de relevante literatuur en de belangrijkste uitkomsten daarvan ontbreekt.

De achtergronden hiervan zijn meervoudig. Een factor die meespeelt is dat bij sportevenementen veel (lokale) spelers betrokken zijn die nauwelijks over onderzoeksbudget beschikken. Bijna alle energie gaat naar de organisatie van het evenement zelf. Bovendien lijkt er weinig behoefte te zijn aan onafhankelijk toetsend onderzoek naar de effecten van het evenement. Die vraag is eigenlijk alleen opportuun als er in het beleid een schaalsprong moet worden gemaakt.

Wel is grote behoefte aan praktische kennis, die op een toegankelijke wijze (mondeling) wordt ontsloten en gedeeld. Face to face bijeenkomsten worden om die reden gewaardeerd. Daarnaast bestaat er behoefte aan overzicht over de beschikbare kennis, en aan een vraagbaak die men kan raadplegen als er (ad hoc) kennisvragen opdoemen.

Duidelijk is dat er aan de kennisinfrastructuur rondom sportevenementen nog veel te verbeteren valt.

We benoemen als belangrijkste bouwstenen van een Sportevenementen Informatie Systeem (SIS):

A: Uitbouw van de bestaande face to face kennisuitwisseling;

B: Opzet van een Monitor Sportevenementen, bestaande uit een mail-attenderingsservice; een website als vindplaats voor de onderliggende rapporten; een jaar-rapportage; en een een kennis back office (netwerk van key-experts die gebeld of gemaild kunnen worden met gerichte vragen);

C: Investeringen in verdiepend onderzoek, dat de budgetten van lokale stakeholders overstijgt.

Vervolgstappen op weg naar een dergelijk systeem zijn:

  1. Overleg met het Kenniscentrum Sport en het Mulier Instituut (en de Wesp) hoe zij mee vorm kunnen geven aan de activiteiten genoemd bij bouwstenen A en B;
  1. Faciliteer de Wesp (financieel) en beleg daar formeel een verantwoordelijkheid voor de realisatie van een systeem van kwaliteitsbewaking (doorontwikkeling richtlijnen en toezicht op toepassen ervan);
  1. Leg contact met de opstellers van de Kennisagenda Sport en Bewegen en oefen invloed uit opdat er binnen nieuwe sportonderzoeksprogramma’s meer ruimte komt voor het thema sportevenementen (bouwsteen C);
  1. Bespreek met de Rijksoverheid en met de andere stakeholders in hoeverre er bereidheid is om middelen te poolen en aan te wenden voor meer verdiepende onderzoeken (bouwsteen C);
  1. Benoem twee trekkers binnen het netwerk die verantwoordelijk zijn voor de realisatie van het SIS.

Voor meer informatie neem contact op met Koen Breedveld of Paul Hover.