Sportvereniging belangrijk in transitieregio

De sportvereniging neemt in regio’s met demografische transitie een belangrijke plaats in. Dat stelt het Mulier Instituut dat, in samenwerking met NOC*NSF en Kenniscentrum Sport, onderzoek heeft uitgevoerd in gebieden met demografische krimp of groei. Hoewel de onderzochte regio’s over het algemeen te maken hebben met een lagere sportdeelname dan in de rest van Nederland, blijkt dat in veel transitiegebieden het lidmaatschap van sportverenigingen juist boven het landelijk gemiddelde ligt, waardoor het bestaansrecht van sportverenigingen voorlopig gegarandeerd lijkt.

Het Mulier Instituut constateert daarnaast dat de verenigingen in transitieregio’s hun organisatiekracht goed op orde hebben. Dit betekent dat zij een relatief stabiel ledenaantal hebben en dat het kader, de accommodatie, de financiën en het beleid bij veel verenigingen niet tot directe zorgen over het voortbestaan hoeven te leiden.

Ook met de Open club-gedachte, een filosofie die stelt dat sportverenigingen uitnodigend moeten zijn naar hun directe omgeving en dat zij specifieke aandacht moeten hebben voor het bedienen van niet-clubgebonden sporters in de buurt, is het over het algemeen redelijk gesteld. NOC*NSF heeft in het afgelopen jaar getracht deze gedachte te verspreiden in een aantal van de onderzochte transitieregio’s. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of deze verspreiding inderdaad tot meer open clubs heeft geleid.

Dit onderzoeksrapport is een eerste uitgave in een reeks van drie metingen naar de ontwikkeling van verenigingen in transitieregio’s. De vervolgonderzoeken worden verwacht in het voorjaar van 2017 en het voorjaar van 2018.

Klik hier om de rapportage ‘sport in transitieregio’s’ te downloaden (pdf)

Voor meer informatie over het vervolgonderzoek, kunt u contact opnemen met Jan-Willem van der Roest.