1. Gebruik van apps & devices

4 miljoen gebruikers van elektronische hulpmiddelen zijn jong en hoogopgeleid

De verscheidenheid aan elektronische hulpmiddelen om te sporten en bewegen wordt steeds groter. Zo bestaan er inmiddels sporthorloges, smart-watches, activity trackers (polsbandje), fietscomputers, GPS-apparaten en apps op smartphones. Hoeveel mensen gebruiken dergelijke hulpmiddelen, waarvoor gebruiken zij deze en wat is het profiel van de gebruiker? In deze websheet besteden we naast deze hulpmiddelen speciale aandacht aan apps gericht op sport en bewegen.

Naar achtergrondkenmerken valt op dat hoger opgeleiden vaker een elektronisch hulpmiddel benutten dan lager opgeleiden en jongeren weer vaker dan ouderen. Van de Nederlandse bevolking van 16-79 jaar heeft in de afgelopen 12 maanden 31 procent een elektronisch hulpmiddel gebruikt om te sporten en bewegen. Van de mensen die nauwelijks aan sport doen gebruikt twaalf procent een dergelijk apparaat. Van de mensen die 12 keer of vaker sporten, is dat 41 procent. Het gebruik varieert sterk naar de sportfrequentie. Zo maakt van de intensieve sporters 55 procent van een hulpmiddel gebruik. Uiteraard maakt ook de sporttak uit. Waar sommigen sporttakken geen hulpmiddelen benutten, heeft de meerderheid van de fietsers en hardlopers in de afgelopen 12 maanden wel een apparaat benut. Ook wandelsporters hebben vaak een apparaat gebruikt. Bij fitnessers ligt het gebruik op 41 procent. Van de overige sporters ligt het gebruik op 34 procent. De sporttakken zijn overigens niet strak te scheiden, fietsers kunnen bijvoorbeeld ook fitness beoefenen.

 » 2. Keuzes & motieven

» 3. Over Apps: intentie, gebruik, motieven

» Conclusie

» Citeren & verantwoording