Gender en seksuele voorkeur

Genderdiversiteit

Vanaf oudsher is de georganiseerde sport een aangelegenheid van en voor mannen: veel competitieve vormen van sport werden ongeschikt of zelfs schadelijk gezien voor meisjes en vrouwen. Daarin is gedurende de vorige eeuw en begin deze eeuw veel veranderd. Langzamerhand werden vrijwel alle (olympische) sportdisciplines toegankelijk voor meisjes en vrouwen, waaronder ook traditionele mannensporten als voetbal. Zo doen vrouwen sinds 1984 mee aan olympische wielersportdisciplines (mannen vanaf 1896), was er in 1996 voor het eerst een olympisch toernooi vrouwenvoetbal (sinds 1900 voor mannen), staat gewichtheffen sinds 2000 op het olympisch vrouwenprogramma (mannen sinds 1904) en boksen vanaf 2012 (mannen vanaf 1896).

Inmiddels worden de meeste internationale medailles door Nederlandse sportvrouwen gewonnen (zie onderstaande figuur). Niettemin is er nog lang niet altijd sprake van gendergelijkheid, niet wat betreft kansen en mogelijkheden tot deelname, noch wat betreft de verenigingscultuur of de vertegenwoordiging in leidinggevende posities, waaronder kaderfuncties.

Het Mulier Instituut monitort diverse ontwikkelingen en verricht meer verdiepende analyses ten aanzien van genderdiversiteit.

 

LHBTI-acceptatie

Nauw verwant aan genderdiversiteit is de inclusie aangaande seksuele voorkeur en genderidentiteit, zoals lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender of intersekse personen (LHBTI). Traditioneel worden homoseksuele mannen gezien als ‘minder/niet mannelijk’ vergeleken met heteroseksuele mannen en daarom – net als vrouwen – als minder/niet geschikt voor sport. Zeker als het gaat om mannelijke contactsporten zoals voetbal bestaat ook een stilzwijgende aanname dat deelnemers heteroseksueel zijn, waardoor potentieel homo-erotische gedragingen als knuffelen en zoenen in dergelijke traditionele mannensporten ‘normaal’ gevonden wordt.

Van oudsher gaat zo’n traditionele mannensportcultuur gepaard met uitsluiting van homo’s, maar hierin lijkt de afgelopen jaren wel langzaam verandering te komen. Zowel door veranderingen in de samenleving als geheel waarin homoacceptatie steeds meer is ingebed, maar ook door beleidsprogramma’s zoals vanuit de Alliantie Gelijkspelen sinds 2008, van waaruit een netwerk van maatschappelijke partijen inzet op de bevordering van LHBT-acceptatie in de sport.

Het Mulier Instituut verricht al sinds 2003 onderzoek naar verschillen in (club)sportdeelname naar seksuele voorkeur en naar ontwikkelingen in de LHBT-acceptatie in de verenigingssport, door onder meer clubbestuurders, heterosporters en LHBT-sporters te bevragen naar visies en ervaringen. Zie onder meer de rapportages over seksuele diversiteit in de sport (2011) met een kwalitatieve verdieping over homo-acceptatie onder mannelijke teamsporters en een rapportage over de LHBT-acceptatie in de verenigingssport (2018).

Klik hier voor de Riek Stienstra Lezing 2018 van Agnes Elling: De kracht van sport voor LHBTI-stigmatisering en emancipatie. Daarin gaat zij in op de ontwikkelingen in acceptatie en deelname van LHBTI’ers aan de georganiseerde (wedstrijd)sport en hun ervaringen en op de ontwikkelingen in sportbeleid en -onderzoek naar homo- of LHBTI-acceptatie.

Lopend onderzoek naar acceptatie van homo-/biseksuelen en transgender-/intersekse personen in de sport

In opdracht van de John Blankenstein Foundation, penvoerder van het beleidsprogramma Alliantie Gelijkspelen 4.0 (2018-2021), voert het Mulier Instituut momenteel onderzoek uit naar de acceptatie van homo-/biseksuele en transgender mannen en vrouwen in de sport. Het onderzoek moet inzicht bieden in (ontwikkelingen in) LHBT-acceptatie in de sport en in hoeverre deze mogelijk het gevolg zijn van beleidsinspanningen zodat toekomstig beleid hierop kan worden afgestemd. Het onderzoek wordt in de periode 2019-2021 uitgevoerd en kent verschillende deelstudies, waaronder enkele vervolgmetingen. In dit kader zijn de volgende publicaties verschenen:

In 2021 wordt onderzoek gedaan naar de acceptatie van homoseksualiteit in sportverenigingen (derde meting) en naar de acceptatie van homoseksualiteit onder betaald voetbal spelers (tweede meting). Ook vindt over de periode 2019-2021 monitoring en evaluatie van de uitgevoerde activiteiten in het kader van de Alliantie Gelijkspelen plaats.

Daarnaast zal in 2021 een rapportage verschijnen over de algehele LHBT-sportdeelname en -acceptatie in de sport. Deze rapportage is onderdeel van de meerjarige monitor naar vijf bevolkingsgroepen in het kader van het Deelakkoord Inclusief sporten en bewegen van het Nationaal Sportakkoord. Hiervoor zullen ook de resultaten uit de diverse deelstudies worden gebruikt.

Contactpersoon: Agnes Elling.

Onderzoek naar de ontwikkeling en betekenis van LHBT-sportclubs en evenementen in Nederland vanaf 1980

Aanvullend op het beleidsgerichte onderzoek naar LHBT-acceptatie in de Nederlandse sport, zal het Mulier Instituut in opdracht van de stichting Gay Union Through Sports (GUTS) onderzoek doen naar de ontwikkeling van LHBT-sportclubs en evenementen in Nederland sinds 1980 en welke betekenissen deze ‘categorale’ clubs en evenementen hebben (gehad) binnen de georganiseerde sport en de LHBT-beweging. Door middel van bronnenonderzoek, interviews en een online bevraging proberen we meer antwoorden te formuleren op onder meer de volgende vragen:
• welke clubs er waren en nog zijn?
• wie de clubs oprichtte en waarom?
• hoe ledenaantallen en de sociaaldemografische achtergronden (o.a. geslacht en leeftijd) van leden zich ontwikkelden?
• in hoeverre LHBT-clubs te maken hadden met ondersteuning en/of weerstand vanuit reguliere sportorganisaties en de bredere samenleving?

De eindrapportage zal in 2021 verschijnen.

Contactpersoon: Agnes Elling.

Uitgelicht

Barrières voor vrouwen om in openbare ruimte te sporten

Vrouwen in Europese steden die meer willen bewegen en sporten in de openbare ruimte, hebben vaak met verschillende drempels te maken. De meest ervaren barrières zijn niemand hebben om mee te gaan, zich onveilig voelen en niet eerder hebben deelgenomen aan sport of beweegactiviteiten in de openbare ruimte. Deze belemmeringen worden allen vaker door vrouwen genoemd dan door mannen.

Uitgelicht

Gender Diversity in European Sport Governance

In Gender Diversity in European Sport Governance, onder redactie van Agnes Elling van het Mulier Instituut, Jorid Hovden en Annelies Knoppers, analyseren onderzoekers uit diverse Europese landen de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de hoogste nationale sportbestuurslagen en de daaraan ten grondslag liggende historische en bredere maatschappelijke achtergronden en beleidsontwikkelingen.

Uitgelicht

Aandeel vrouwen in sportbondsbesturen blijft achter

Hoewel de Nederlandse sportvrouwen ook tijdens de Olympische Spelen in Zuid-Korea succesvoller waren dan hun mannelijke collega’s, blijken vrouwen in de sportbestuurskamer nog sterk ondervertegenwoordigd. Het aandeel vrouwelijke bestuurders in Nederlandse sportbonden ligt al jaren rond de 20 procent en is ook de afgelopen jaren niet gestegen. Ondanks de toegenomen (inter)nationale aandacht voor het belang van meer  ‘diversiteit’ en een meer democratische man/vrouw verdeling, steeg juist het aandeel bonden zonder enige vrouw in hun bondsbesturen: één op de drie bonden heeft een bondsbestuur met alleen mannen.

Uitgelicht

Meer aandacht voor homo-acceptatie binnen voetbalverenigingen

Binnen Nederlandse sportverenigingen is over het algemeen sprake van een positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit. Zo geeft een grote meerderheid van verenigingssporters aan geen enkel probleem te hebben met homoseksuele medesporters. Ook mannelijke teamsporters, op wie het homo-acceptatiebeleid vooral is gericht, zijn overwegend positief. Tegelijkertijd geeft bijna de helft van de voetbalverenigingen aan dat homonegativiteit in hun vereniging voorkomt; bij andere verenigingen is dit 16 procent.