Bewegen in en om school
Het Mulier Instituut volgt de ontwikkelingen in het bewegingsonderwijs, en breder op het gebied van sport en bewegen in en om school.
Bewegen tijdens de schooldag
De schooldag biedt veel kansen om kinderen meer te laten bewegen. Binnen team Leren Bewegen gebruiken we het Creating Active Schools (CAS) Framework om te onderzoeken hoe bewegen een vaste plek kan krijgen binnen de schooldag. Het uitgangspunt van dit framework is dat een structurele aanpak alleen werkt als deze vier onderdelen in samenhang worden aangepakt:
- beleid: een duidelijke visie op en concreet beleid voor het stimuleren van bewegen;
- stakeholders: draagvlak en betrokkenheid van alle partijen, zoals schoolleiding, leerkrachten en ouders;
- sociale en fysieke omgeving: bijvoorbeeld de inzet van een vakleerkracht bewegingsonderwijs en een schoolplein dat uitnodigt tot actief buitenspelen;
- actieve elementen: de momenten waarop bewegen wordt ingebed, zoals tijdens het bewegingsonderwijs, in de pauze en via korte beweegmomenten tussen lessen door.
Met het CAS Framework brachten we in het rapport Meer bewegen tijdens de schooldag (opent in nieuw tabblad) in kaart hoe scholen inzetten op het stimuleren van bewegen.
Andere relevante publicaties zijn:
- Bewegend leren: vragen & antwoorden (opent in nieuw tabblad)
- Bewegend leren in het primair onderwijs (opent in nieuw tabblad)
Bewegingsonderwijs
Wij doen onderzoek naar het bewegingsonderwijs via monitoronderzoeken. Daarbij verzamelen we basisgegevens over zaken als lesomvang, leerkrachten, accommodatie, onderwijskwaliteit, schoolsport en externe samenwerking. We brengen steeds een andere onderwijssoort in beeld:
- primair onderwijs (2013, 2017, 2021, en 2025);
- voortgezet onderwijs (2014, 2018, 2022, en 2026);
- gespecialiseerd onderwijs en praktijkonderwijs (2015, 2019, 2023 en 2027);
- middelbaar beroepsonderwijs (2020, 2024 en 2028).
Motorische vaardigheden
Voldoende motorische vaardigheden ontwikkelen en bewegen vanaf een jonge leeftijd is van groot belang voor een leven lang bewegen en sporten. Een stap om motorische vaardigheden van kinderen te vergroten is het meten van deze vaardigheden. Onze onderzoeken richten zich daarop. Voorbeelden van publicaties zijn:
- Van meten naar bewegen (opent in nieuw tabblad)
- Meten van motorische vaardigheden bij 4- tot 12-jarigen (opent in nieuw tabblad)
Daarnaast brengen we met de monitor Meten van motorische vaardigheden in kaart welke gemeenten welke instrumenten inzetten om de motorische vaardigheden van kinderen te meten.
Actief Fundament
Actief Fundament richt zich op het ontwikkelen van passende aanpak op een integraal kindcentrum (IKC) gericht op beweegstimulering en motorische ontwikkeling voor kinderen van 2-7 jaar. Het doel is het beweeggedrag, de motorische vaardigheden en het sociaal-emotioneel welbevinden van kinderen te verbeteren. In dit meerjarige onderzoek realiseren we een passende aanpak waarin we inspelen op de ervaren barrières.
ACTive systems to ACTivate young children (ACT2ACT)
Op basis van literatuuronderzoek, onderzoek onder kinderen, ouders en professionals en sessies met betrokken partijen rond het jonge kind, identificeert het consortium factoren die kunnen leiden tot systeemverandering en uiteindelijk tot meer en beter bewegen van 3-6-jarigen.

Monitor bewegingsonderwijs
We volgen de ontwikkelingen in het bewegingsonderwijs. Hierbij verzamelen we data over zaken als lesomvang, leerkrachten, accommodatie, onderwijskwaliteit, schoolsport en externe samenwerking. Elk jaar brengen we een categorie scholen in beeld: scholen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs.
Onze expert
Bekijk ook
Buitenspelen
We doen onderzoek naar het buitenspeelgedrag van kinderen, hoe je dit kunt stimuleren, en hoe je hiervoor gericht beleid kunt maken.
Het jonge kind
Wij doen onderzoek naar sport en bewegen in de verschillende settingen waarin het jonge kind zich begeeft. Denk bijvoorbeeld aan de kinderopvang, thuisomgeving of publieke ruimte.
Zwemvaardigheid
Hoeveel kinderen halen een of meerdere zwemdiploma’s? Voor welke kinderen is dat lastiger dan gemiddeld? Waar komt dat door? Wat helpt, bijvoorbeeld vanuit beleid, om meer kinderen zwemvaardig te laten worden? Hier doen we zowel landelijk als lokaal onderzoek naar.