Van mentale gezondheid tot bewegen op het werk: veel variatie in het werk van BRC-functionarissen
Vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC) kunnen gemeenten functionarissen inzetten om de deelname aan sport en cultuur te verhogen. De landelijke doelen zijn breed, waardoor lokaal veel variatie zichtbaar is in werkzaamheden. Dat blijkt uit verschillende peilingen van het Mulier Instituut onder BRC-functionarissen.
We zoomen in op het werk van BRC-functionarissen rondom het Sportakkoord II, voor mentale gezondheid en voor bewegen en werk.
BRC-functionarissen werken aan veel thema’s uit Sportakkoord II
BRC-functionarissen voeren veel werkzaamheden uit die aansluiten bij de doelen uit Sportakkoord II. Vrijwel allemaal werken ze aan minimaal één van de deelthema’s. In de looptijd van het Sportakkoord II zijn deze cijfers nauwelijks veranderd. In 2025 werkten BRC-functionarissen ongeveer evenveel aan de thema’s als in 2023.
Wel lijken ze méér concrete werkzaamheden te doen op de thema’s. Bijvoorbeeld aandacht voor de vier v’s voor sociale veiligheid. Of voor motorische ontwikkeling bij kinderen. Dit zijn onderwerpen waarop het Sportakkoord II een duidelijke aanjagende rol speelt.
Meeste BRC-functionarissen zetten zich in voor mentale gezondheid
Vier op de vijf BRC-functionarissen (79%) werken specifiek aan het bevorderen van de mentale gezondheid van hun deelnemers of doelgroepen. Hun inzet op dit thema steeg de afgelopen jaren licht. Veruit de meesten dragen met hun werk preventief of indirect bij aan het thema. Zij organiseren bijvoorbeeld activiteiten die goed zijn voor de mentale gezondheid. Een veel kleiner deel richt zich speciaal op mensen met mentale klachten.
De BRC-functionarissen die werken aan mentale gezondheid, zijn trots op de voorwaarden die ze hiervoor kunnen scheppen. Bijvoorbeeld door:
- een veilige omgeving te creëren;
- persoonlijke aandacht te bieden;
- de onderlinge interactie tussen deelnemers te versterken;
- samen te werken met andere domeinen.
Een derde stimuleert bewegen op het werk samen met werkgevers
Eén op de drie BRC-functionarissen (30%) werkt samen met lokale werkgevers aan beweegstimulering op het werk. Ze leggen vooral verbinding tussen lokale werkgevers en lokale sportaanbieders. Het merendeel van BRC-functionarissen doet dit niet. Volgens hen is er in de gemeentelijke opdracht geen focus op de doelgroep werknemers en werkgevers.
Meer dan de helft van de BRC-functionarissen (57%) voert individuele gesprekken over sporten en bewegen met inwoners. Twee derde van hen (67%) neemt daarbij iemands werkbelasting mee. Zij hebben vooral aandacht voor meer bewegen op het werk. En minder voor herstel na fysiek zwaar werk. Dit heeft mogelijk te maken met een gebrek aan kennis over dit onderwerp.
Drie factsheets
Lees de drie nieuwe factsheets over het werk van BRC-functionarissen:
Meer nieuws over dit thema
Sportbeleid overwegend stabiel in 2024 en 2025
Het sportbeleid kent een aantal lijnen die al langere tijd lopen. Zoals het Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties. En ook op beleidsonderdelen als topsport en (topsport)evenementen is er vastgesteld beleid. Dit zorgt voor stabiliteit en structuur in het sportbeleid. Tegelijk nam de aandacht voor een aantal beleidsthema’s toe en werd het beleid breder.
Voortgang Sportakkoord II: lokale samenwerkingen ontstaan en versterkt, maar zorgen over borging resultaten
Vanuit lokale sportakkoorden zijn er rondom de thema’s Vaardig in Bewegen (ViB) en Inclusie & Diversiteit (I&D) samenwerkingen ontstaan en versterkt. Ook zien we veranderingen die bijdragen aan sport en bewegen. Maar in gemeenten leven ook zorgen over het borgen van de opbrengsten.
BRC-functionarissen actief op helft basisscholen
Op 50 procent van de scholen in het primair onderwijs waren in 2025 één of meer BRC-functionarissen actief. Het grootste deel daarvan is een paar keer per jaar actief op de school.