Toekomstbestendigheid sportverenigingen

 

De sportvereniging is van oudsher de voornaamste sportaanbieder in Nederland. De geschiedenis leert ons dat sportverenigingen langlevende organisaties zijn. Veel van hen bestaan al meer dan honderd jaar. En ondanks dat al sinds de jaren ‘50 wordt geroepen dat de verenigingsvorm in gevaar en achterhaald is, zijn sportverenigingen nog steeds de meest voorkomende organisatievorm in de sport en kan de sport nog steeds rekenen op een groot aandeel vrijwilligers. Tegelijkertijd staat de Nederlandse sport voor uitdagende tijden. Veranderingen in de samenleving, zoals vergrijzing, individualisering en nieuwe vormen van sportaanbod vormen uitdagingen voor sportverenigingen. Gedurende ten minste de afgelopen 50 jaar worden sportverenigingen opgeroepen en aangemoedigd om zich aan te passen aan deze maatschappelijke veranderingen en veranderingen in het sportsysteem. Vanwege de belangrijke functie van sportverenigingen in de maatschappij, is het toekomstbestendig vormgeven van deze organisaties een belangrijk speerpunt van beleid.

Promotieonderzoek overlevingskansen sportverenigingen

Hoewel in Nederland het aandeel mensen dat lid is van een sportvereniging het hoogst is van alle Europese landen en sportverenigingen momenteel nog steeds de dominante en belangrijkste organisatievorm is waarin de Nederlandse amateursport wordt beoefend, staan de Nederlandse sportverenigingen steeds meer onder druk. Sinds 2003 is het aantal sportverenigingen in Nederland met meer dan tien procent gedaald en in 2019 is door het Mulier Instituut vastgesteld dat een vijfde van de Nederlandse sportverenigingen kwetsbaar is voor de toekomst, waardoor een verdere daling van het aantal verenigingen is te verwachten. Dit roept de vraag op welke sportverenigingen in staat zijn om te overleven en waarom. Inzicht in de overlevingsmechanismen van sportverenigingen kan bijdragen aan een effectiever en efficiënter sportbeleid. Desondanks is weinig bekend over waarom sommige sportverenigingen blijven voortbestaan, terwijl andere worden beëindigd of fuseren.

Om te begrijpen waarom sommige verenigingen weten te overleven is Resie Hoeijmakers in 2020 gestart met een vierjarig promotieonderzoek in samenwerking met de Universiteit Utrecht naar de factoren die van invloed zijn op de overlevingskans van sportverenigingen. Vanuit een ecologisch organisatiekundig perspectief, waarin een survival of the fittest gedachte centraal staat, probeert zij te begrijpen welke sportverenigingen toekomstbestendig zijn en waarom. Hierbij wordt gekeken naar de invloed van concurrentie tussen sportverenigingen onderling en met commerciële sportaanbieders, structurele kenmerken van de sportverenigingen en de omgeving, hun aanpassingsvermogen aan maatschappelijke normen en hun strategische positionering. Gedurende dit vierjarig traject, zullen de resultaten en conclusies aan dit bericht worden toegevoegd.

Neem voor meer informatie contact op met Resie Hoeijmakers.

Vier op tien sportverenigingen optimistisch over toekomst
Ongeveer vier op de tien sportverenigingen in Nederland maken zich nauwelijks zorgen om het voortbestaan van de vereniging en zien de toekomst van hun vereniging (zeer) zonnig in (44%). Bijna de helft van de verenigingen (45%) ziet de toekomst niet positief in, maar is ook niet somber. De meeste van deze verenigingen geven aan uitdagingen te zien voor het voortbestaan van de vereniging, maar verwachten dat ze de uitdagingen aankunnen. Kleine verenigingen (≤ 100 leden, 15%), met binnensporten (12%) en zonder eigen accommodatie (16%) zijn het vaakst negatief over hun toekomst. Het aandeel sportverenigingen dat de toekomst van de vereniging negatief inziet is de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld (van 6% in 2009 naar 11% in 2019).

Andere belangrijke bevindingen:

  • Het aandeel verenigingen dat positief is gestemd over de toekomst, is ten opzichte van 2012 en 2009 gedaald. Met name kleine verenigingen (≤ 100 leden), verenigingen zonder eigen accommodatie en binnensportverenigingen zijn ten opzichte van 2009 pessimistischer geworden. Grote (> 250 leden) en middelgrote verenigingen (101-250 leden) zijn in tien jaar tijd juist positiever naar hun toekomst gaan kijken.
  • Meer dan de helft van de verenigingen die pessimistisch zijn over de toekomst (52%), vindt de afname en/of behoud van leden de grootste uitdaging voor de toekomst. Ook optimistischere verenigingen zien dit als grootste probleem.
  • Verenigingen houden voornamelijk omgevingsfactoren verantwoordelijk voor de uitdagingen die hen te wachten staan. Vergrijzing, individualisering en een afname van de populariteit van de sport zien verenigingen als reden voor de (verwachte) afname van leden bij hun vereniging. Daarnaast wordt een afname van de bereidwilligheid van leden om vrijwilligerstaken en bestuurstaken te verrichten als trend geïdentificeerd.

Klik hier voor het factsheet Hoe zien sportverenigingen hun toekomst? De grootste uitdagingen voor sportclubs.  

Neem voor meer informatie contact op met Resie Hoeijmakers.

Sportparticipatie en bondslidmaatschap daalt in krimpregio’s

Uit de publicatie Sport in transitieregio’s blijkt dat in krimp- en anticipeerregio’s de sportparticipatie tussen 2012 en 2016 en het bondslidmaatschap tussen 2014 en 2016 gedaald. Dat constateert het Mulier Instituut dat, in samenwerking met NOC*NSF en Kenniscentrum Sport, onderzoek heeft uitgevoerd in transitiegebieden. Dat zijn gebieden met relatief  sterke demografische ontwikkelingen (krimp of groei). Verenigingen in bijna alle onderzochte transitieregio’s scoren lager op het gebied van organisatiekracht dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat het ledenaantal, het kader, de accommodatie, de financiën en het beleid van verenigingen in zowel krimp- als groeiregio’s vaker tot zorgen leiden dan bij verenigingen in gebieden met minder sterke demografische ontwikkelingen.

Andere uitkomsten van het onderzoek:

  • In groeiregio’s is de sportparticipatie tussen 2010 en 2016 en het bondslidmaatschap tussen 2014 en 2016 relatief stabiel gebleven.
  • Bijna alle transitieregio’s scoren op het gebied van open club-gedachte boven het landelijk gemiddelde.
  • Anders dan verwacht is de organisatiekracht en open club-gedachte in de groeiregio’s niet het sterkst ontwikkeld.
  • Bijna alle transitieregio’s scoren bovengemiddeld op leefbaarheidsniveau.
  • Maatschappelijke partners zien duidelijk het belang van open clubs voor de (transitie)regio; namelijk een bredere participatie van specifieke doelgroepen in de samenleving.
Eerder onderzoek

Uit eerder onderzoek bleek dat een sportvereniging van grote betekenis kan zijn voor de leefbaarheid. Belangrijk hierbij is dat de vereniging aan weet te sluiten op de wensen van de inwoners en diverse groepen samen weet te brengen. Ook andere voorzieningen die ontmoeten mogelijk maken, leveren een bijdrage aan de leefbaarheid. Een sportvereniging weet zich door de zelforganisatie meestal langer staande te houden dan onderwijsvoorzieningen of winkels. Dit maakt dat sportverenigingen, naar mate meer andere voorzieningen uit krimpkernen verdwijnen, belangrijker worden voor de sociale cohesie en de leefbaarheid in krimpkernen. Ook hier geldt dat de vereniging dan aansluiting moet houden met de veranderende wensen van de inwoners (zie voor meer informatie rapportage Sportverenigingen in krimpkernen).

Uitgelicht

Sportparticipatie en bondslidmaatschap daalt in krimpregio’s

In krimp- en anticipeerregio’s is de sportparticipatie tussen 2012 en 2016 en het bondslidmaatschap tussen 2014 en 2016 gedaald. Dat constateert het Mulier Instituut dat, in samenwerking met NOC*NSF en Kenniscentrum Sport, onderzoek heeft uitgevoerd in transitiegebieden. Dat zijn gebieden met relatief  sterke demografische ontwikkelingen (krimp of groei). Verenigingen in bijna alle onderzochte transitieregio’s scoren lager op het gebied van organisatiekracht dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat het ledenaantal, het kader, de accommodatie, de financiën en het beleid van verenigingen in zowel krimp- als groeiregio’s vaker tot zorgen leiden dan bij verenigingen in gebieden met minder sterke demografische ontwikkelingen.

Uitgelicht

Vitaliteitsindex

Met de vitaliteitsindex van het Mulier Instituut kan snel een beeld worden gekregen van de organisatiekracht en de maatschappelijke oriëntatie van verenigingen. De index vertelt of een vereniging nu en in de toekomst goed in staat is om zijn sport(en) aan zijn leden aan te bieden, brengt inzicht in hoe de samenwerking met andere (niet) sportorganisaties verloopt, en meet hoe het op de sportvereniging is gesteld met gezondheid en normen en waarden.