Generalization and maintenance of engagement from physical education to recess in elementary schools (intern rapport)
Samenvatting
In this doctoral dissertation physical education and recess, both essential components of Comprehensive School Physical Activity Program (CSPAP), are coordinated in order to increase the opportunity for children to engage in MVPA and to use motor skills learned in physical education and engage in these skills in an out-of-physical education setting.
In addition, physical activity on the playground during lunch recess was investigated, as this served as the comparison setting.
The main findings of this dissertation are:
- when physical education and physical education focused recess are coordinated, more than half of the children voluntary participated during physical education focused recess in parkour and team handball, while this was just below 50% for smashball;
- during these physical education focused recess sessions in parkour, team handball and smashball, children engaged above the benchmark of 50% MVPA;
- MVPA levels during physical education focused recess were higher compared to traditional recess, which shows the importance of this alternative during lunch recess in contributing to children’s physical activity levels;
- during traditional recess, physical activity levels of girls declined from second to fourth grade, while boys showed significant higher MVPA levels compared to girls in each year.
Physical education exists primarily to equip children with the skills and knowledge to engage in school-based and out of school physical activity. Given this, policies and practices that focus on creating links between physical education and recess provide students opportunities to increase their level of daily physical activity during recess substantively. This emphasizes the public health relevance of this project, in which physical education and recess contribute to the development of a physically healthy lifestyle.
---
In dit proefschrift worden twee componenten van Comprehensive School Physical Activity Program (CSPAP), lichamelijke opvoeding en speeltijd, met elkaar verbonden met als doel om kinderen de mogelijkheid te geven om meer te bewegen en om vaardigheden geoefend tijdens de les lichamelijke opvoeding te gebruiken in een andere setting.
Daarnaast werd ook de fysieke activiteit op de speelplaats, tijdens de middagpauze, onderzocht, dit fungeerde als een vergelijkingssetting.
De belangrijkste bevindingen van dit proefschrift zijn:
- wanneer lichamelijke opvoeding met sessies tijdens de middagspeeltijd worden verbonden, nemen meer dan de helft van de kinderen vrijwillig deel aan deze sessies in parkour en handbal, terwijl dit minder dan 50% was voor smashbal;
- tijdens deze sessies in parkour, handbal en smashbal waren kinderen in staat om meer dan 50% actief te zijn;
- kinderen waren fysiek actiever tijdens de sessies parkour, handbal en smashbal tijdens de middag, dan tijdens hun tijd op de speelplaats, wat het belang toont voor dit alternatief tijdens de middagpauze om een bijdrage te leveren aan de fysieke activiteit van kinderen;
- tijdens de tijd die kinderen op de speelplaats doorbrengen, daalt de fysieke activiteit van meisjes van het tweede naar het vierde leerjaar, terwijl jongens fysiek actiever waren in elk jaar.
Lichamelijke opvoeding heeft als doel om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen die hen helpt om fysiek actief te zijn op school en daarbuiten. Bijgevolg leiden de resultaten van dit project, in het kader van de publieke gezondheid, dat beleid moet focussen op het creëren van een link tussen lichamelijke opvoeding en de speeltijd om leerlingen de mogelijkheid te geven om hun dagelijkse fysieke activiteit te verhogen tijdens de speeltijd. Dit benadrukt de relevantie met betrekking tot de algemene gezondheid, waarbij lichamelijke opvoeding en speeltijd bijdragen aan de ontwikkeling van een fysiek actieve levensstijl.
Literatuurverwijzing: Vanluyten, K. (2024). Generalization and maintenance of engagement from physical education to recess in elementary schools (intern rapport). Leuven: KU Leuven.