Ga naar de inhoud

Nederlanders over voetbalkampioenschappen in het Midden-Oosten

Volgintentie, houding en effecten

  • Auteurs: Paul Hover , Ton Leenen
  • Type: rapport
  • Taal: Nederlands
  • Jaar: 2026
  • Uitgever: Mulier Instituut
  • Plaats van uitgave: Utrecht
  • Collatie: 26 p. fig. Met lit. opg.

Samenvatting

Bijna de helft van de volwassen Nederlanders is negatief over de keuze om internationale topsportevenementen in het Midden-Oosten te houden. Zoals het WK voetbal voor mannen in landen als Saudi-Arabië en Qatar. Bijna drie op de tien staan hier neutraal in en een op de acht is er positief over. Dit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.

FIFA brengt mensenrechtenbeleid niet in de praktijk
De FIFA schrijft dat ze internationaal erkende mensenrechten respecteert en de bescherming van deze rechten wil bevorderen. Bij de toewijzing van het WK van 2034 aan Saudi-Arabië hebben ze dit beleid niet in de praktijk gebracht.

Vertrouwen in FIFA geschaad
De toewijzing van het WK voetbal aan landen als Saudi-Arabië en Qatar schaadt bij bijna de helft van de Nederlanders hun vertrouwen in de FIFA. Bij een op de acht daalt dit vertrouwen niet. Bijna een derde heeft er geen uitgesproken mening over.

Ervaring topsport beïnvloed
Door de toewijzing van het WK voetbal aan landen zoals Saudi-Arabië en Qatar ervaart een derde van de Nederlanders topsport minder positief. Voor bijna een kwart is dit niet het geval. Ruim een derde heeft hier geen uitgesproken mening over.

Volgintentie
Bijna een derde van de volwassen Nederlanders is van plan het WK voetbal in 2034 te volgen. Een kwart is daar nog niet over uit. Ruim vier op de tien zijn niet van plan het evenement te volgen.

Onderzoek
Voor dit onderzoek is een documentanalyse uitgevoerd. Daarnaast zijn in mei 2025 gegevens verzameld via het Nationaal Sportonderzoek. 1.998 Nederlanders van 15-80 jaar deden mee.

Literatuurverwijzing: Hover, P., & Leenen, T. (2026). Nederlanders over voetbalkampioenschappen in het Midden-Oosten: volgintentie, houding en effecten. Utrecht: Mulier Instituut.