Veel Nederlanders doen wel eens aan urban sports
15 procent van de volwassenen beoefent minimaal één keer per jaar een vorm van urban sports. Dat lijkt behoorlijk veel vergeleken met andere sporten. Wel is nog de vraag hoe vaak urban sporters hun sport beoefenen. Dit kan meerdere keren per week, maar ook één keer per jaar zijn. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder Nederlanders vanaf 16 jaar.
Vooral (inline) skaten/skeeleren en panna-/straatvoetbal zijn populair. Jongeren (16-19 jaar) doen het meest aan skateboarden en streetdance.
Vooral jongere leeftijdsgroepen doen aan urban sports
Urban sports-deelname concentreert zich vooral in de jongere leeftijdsgroepen. Van de 16-19-jarigen beoefende bijna de helft (44%) in het afgelopen jaar minstens één vorm van urban sports. Van de 20-34-jarigen was dat bijna één op de drie. Onder mensen van 35-79 jaar liggen die percentages veel lager.
Kenmerken van urban sporters
Enkele andere kenmerken van beoefenaars van urban sports zijn:
- Er zijn meer mannen die deelnemen aan urban sports dan vrouwen (19% vs. 11%).
- Meer dan de helft (57%) van de urban sporters is lid van een sportvereniging.
- Eén op de drie urban sporters heeft een beperking of chronische aandoening.
Nationaal Sportonderzoek
Voor dit onderzoek hebben we data verzameld via het Nationaal Sportonderzoek uit mei 2022. De vragen zijn voorgelegd aan 3.498 Nederlanders van 16 t/m 79 jaar.
Meer nieuws over dit thema
Gedragsregels en handhaving werken tegen ongewenst zijlijngedrag in de jeugdsport
Voor sportverenigingen kan het lastig zijn om ongewenst zijlijngedrag aan te pakken. Toch zijn er verenigingen die hierin slagen. Volgens deze verenigingen helpt het bij jeugdwedstrijden om duidelijke regels te stellen én deze te handhaven.
Overtuigend bewijs voor positieve verbanden tussen omgevingskenmerken en wandelen en fietsen
Er is overtuigend wetenschappelijk bewijs voor positieve verbanden tussen omgevingskenmerken en hoeveel volwassenen wandelen en fietsen.
Kwart sportverenigingen met jeugdleden voldoet aan vier basiseisen sociale veiligheid
Vanuit Sportakkoord II gelden voor sportaanbieders vier basiseisen voor sociale veiligheid (de ‘vier v’s’). In het bijzonder voor sportverenigingen met jeugdleden. Een kwart van deze verenigingen voldoet aan alle vier de basiseisen. Onder alle verenigingen is dat 16 procent.