Contributies sportverenigingen stijgen, maar minder dan inflatie
De ontwikkeling van de contributies van verenigingen in acht sporttakken loopt achter op de inflatie. De contributies van voetbalverenigingen stegen meer dan de inflatie. Dit blijkt uit de Contributiemonitor 2023/2024 van het Mulier Instituut, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Fontys Hogeschool.

Hoogste contributies voor gymnastiek, zwemmen en basketbal
Senioren betalen gemiddeld het meest voor gymnastiek (365 euro), zwemmen (334 euro) en basketbal (299 euro). De laagste contributies voor senioren zien we voor paardensport (78 euro), tennis (151 euro) en voetbal (213 euro). Voor junioren en pupillen is er een vergelijkbaar beeld.
Bondsafdrachten stijgen meer dan inflatie
De gemiddelde bondsafdracht per lid aan sportbonden aangesloten bij NOC*NSF is voor senioren, junioren en pupillen respectievelijk 36,15 euro, 22,91 euro en 19,03 euro. Ten opzichte van het seizoen 2022/2023 zien we na verrekening van de inflatie een stijging voor senioren (2,5%), junioren (0,4%) en pupillen (1,5%).
Informatie over 2.970 sportverenigingen
In de Contributiemonitor 2023/2024 geven we inzicht in de contributies van 2.970 sportverenigingen in negen sporttakken: basketbal, gymnastiek, korfbal, paardensport, roeien, rugby, tennis, voetbal en zwemmen. Daarnaast brengen we bondsafdrachten in kaart.
Meer nieuws over dit thema
Gemeenten geven netto 9 procent meer uit aan sport
De netto-uitgaven aan sport van Nederlandse gemeenten waren in 2024 1,4 miljard euro. Dat is 9 procent meer dan een jaar eerder. Na verrekening van de inflatie is het verschil 6 procent.
Ruim helft Nederlanders vindt sport te duur
55 procent van de Nederlanders vindt de kosten voor sport te hoog. Mensen uit huishoudens met een laag inkomen vinden dat vaker (66%) dan mensen uit huishoudens met een hoog inkomen (45%).
Oratie Remco Hoekman: om sociale ongelijkheid in sport te dempen, moet overheid meer maatwerk leveren
Overheidsbeleid om meer mensen aan het sporten te krijgen, werkt helaas niet voor iedereen. Dat komt onder meer omdat 75 procent van de gemeentelijke gelden naar accommodaties gaat, zonder daarmee echt te sturen op sportstimulering.