Beperkte aandacht voor thema bewegen bij jonge kinderen in hbo-opleidingen
Hbo‑opleidingen besteden aandacht aan het thema bewegen bij kinderen van 2-7 jaar. Maar vaak gaat het slechts om kleine onderdelen binnen het curriculum. Specifieke aandacht voor de jongste leeftijdsgroep (2‑4 jaar) ontbreekt regelmatig. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder opleidingen voor professionals die mogelijk met jonge kinderen gaan werken.
Grote verschillen tussen opleidingen en onderwijsinstellingen
De aandacht voor bewegen bij kinderen van 2-7 jaar verschilt sterk tussen opleidingen. Bijvoorbeeld tussen de pabo en de ALO. En binnen dezelfde opleidingen op verschillende onderwijsinstellingen. Sommige opleidingen hebben één of meerdere onderwijseenheden over dit thema. Andere behandelen het alleen incidenteel.
Aandacht voor de jongste kinderen blijft achter
Met name de aandacht voor de leeftijdsgroep 2‑4 jaar blijft achter. Veel onderwijs richt zich op kinderen van 4 jaar en ouder. Maar alle opleidingen geven aan dat afgestudeerden in de praktijk met kinderen van 2-7 jaar werken.
Wens: meer kennis en praktische vaardigheden op ALO
Vier van de zes ALO-vertegenwoordigers zijn niet tevreden over de aaandacht voor het thema bewegen in de opleiding. Vakleerkrachten krijgen steeds meer te maken met jonge kinderen door hun inzet bij kleuters en de opkomst van het Integraal Kindcentrum (IKC). Kennis en vaardigheden rondom bewegen en de motorische ontwikkeling van deze doelgroep worden daardoor steeds belangrijker.
Aanbevelingen voor onderwijsbeleid
In ons rapport doen we enkele aanbevelingen voor opleidingen. Bijvoorbeeld:
- Integreer structurele modules of leerdoelen over bewegen bij jonge kinderen in relevante hbo-opleidingen. Besteed hierbij expliciet aandacht aan de leeftijdsgroep 2-4 jaar.
- Versterk de verbinding tussen opleidingen (pabo, ALO, etc.). En binnen de opleidingen op verschillende onderwijsinstellingen (bijv. alle pabo’s in Nederland).
- Oefen met vaardigheden rondom beweegstimulering. Zodat professionals na hun opleiding weten hoe ze dit in de praktijk doen.
- Verbind de vraag uit het werkveld en onderzoek met het opleidingscurriculum.
Onderzoek onder 38 opleidingsvertegenwoordigers
Voor dit onderzoek hebben 38 vertegenwoordigers van hbo-opleidingen een vragenlijst ingevuld. Zij vertegenwoordigen de opleidingen pabo, ALO, Sportkunde, Pabo-ALO, Ad PEP en Ad DEP. We vroegen ze naar:
- de aandacht voor bewegen binnen het curriculum;
- de tevredenheid hierover;
- de gewenste verbeteringen.
We voerden dit onderzoek uit als onderdeel van het RAAK-PRO-project Actief Fundament. Het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA financiert dit mede. Dit is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Kijk voor meer informatie op de website van Actief Fundament (opent in nieuw tabblad).
Meer nieuws over dit thema
Voortgang Sportakkoord II: lokale samenwerkingen ontstaan en versterkt, maar zorgen over borging resultaten
Vanuit lokale sportakkoorden zijn er rondom de thema’s Vaardig in Bewegen (ViB) en Inclusie & Diversiteit (I&D) samenwerkingen ontstaan en versterkt. Ook zien we veranderingen die bijdragen aan sport en bewegen. Maar in gemeenten leven ook zorgen over het borgen van de opbrengsten.
BRC-functionarissen actief op helft basisscholen
Op 50 procent van de scholen in het primair onderwijs waren in 2025 één of meer BRC-functionarissen actief. Het grootste deel daarvan is een paar keer per jaar actief op de school.
Bewegen op de kaart bij kinderdagverblijf en peuteropvang, verankering kan sterker
Bewegen is een belangrijk thema binnen kinderdagverblijven (KDV) en peuteropvang (PO). Op veel locaties is er aandacht voor bewegen in beleid en praktijk. Toch is bewegen nog niet overal structureel en organisatiebreed verankerd.