Welke geldstromen lopen er in de breedtesport?
Het Mulier Instituut heeft de financiële stromen in de Nederlandse breedtesport voor het jaar 2023 in kaart gebracht. De resultaten staan in de tweede editie van de Monitor financiële stromen in de breedtesport en geven een update van het overzicht over 2020.
In de monitor gebruiken we stromenmodellen. Deze laten zien wat de belangrijkste financiële stromen in de breedtesport zijn en tussen welke partijen die lopen.
Veel geldstromen in de sport
Er gaat het nodige geld rond in de breedtesport. Geldstromen lopen bijvoorbeeld:
- van het ministerie van VWS naar gemeenten en NOC*NSF;
- van daaruit weer naar de breedtesport;
- tussen partijen in de breedtesport, zoals sportbonden en sportverenigingen.
Organisaties in de breedtesport zijn dus (deels) financieel afhankelijk van elkaar.
Breedtesport vooral gefinancierd door consumenten en overheden
Consumenten en gemeenten nemen het grootste deel van de financiering van de breedtesport voor hun rekening. De bijdrage van de consumenten bestaat met name uit contributies en abonnementen. Voor gemeenten gaat het om de gemeentelijke sportuitgaven, zoals voor het in stand houden van (gemeentelijke) sportaccommodaties.
Meeste bedragen gestegen
De bedragen bij de financiële stromen zijn nagenoeg allemaal gestegen. Dit komt deels doordat de vorige peiling ging over de periode tijdens de coronacrisis. Daarnaast speelt de inflatie een rol bij de gestegen bedragen.
Vervolg monitor
We blijven de ontwikkelingen in de financiële stromen volgen. In een volgende editie van deze monitor zien we mogelijk de invloed van de hogere kansspelbelasting, de bezuinigingen op de BOSA-subsidie en de veranderingen in gemeentefinanciën.
Meer nieuws over dit thema
Gemeenten geven netto 9 procent meer uit aan sport
De netto-uitgaven aan sport van Nederlandse gemeenten waren in 2024 1,4 miljard euro. Dat is 9 procent meer dan een jaar eerder. Na verrekening van de inflatie is het verschil 6 procent.
Ruim helft Nederlanders vindt sport te duur
55 procent van de Nederlanders vindt de kosten voor sport te hoog. Mensen uit huishoudens met een laag inkomen vinden dat vaker (66%) dan mensen uit huishoudens met een hoog inkomen (45%).
Oratie Remco Hoekman: om sociale ongelijkheid in sport te dempen, moet overheid meer maatwerk leveren
Overheidsbeleid om meer mensen aan het sporten te krijgen, werkt helaas niet voor iedereen. Dat komt onder meer omdat 75 procent van de gemeentelijke gelden naar accommodaties gaat, zonder daarmee echt te sturen op sportstimulering.