Versterkte samenwerkingen door Sportakkoord II leggen solide basis voor vervolgbeleid
Sportakkoord II (SAII) heeft vooral de samenwerking versterkt tussen organisaties binnen en buiten de sport. Dit is nog niet voldoende om de opgaven uit het beleidsprogramma allemaal het hoofd te bieden. Maar het is wel een betekenisvolle en realistische opbrengst. En die legt een solide basis voor een volgend landelijk beleidsprogramma voor sport en bewegen. Dat blijkt uit de eindrapportage over de monitoring van SAII van het Mulier Instituut.
Fundament beter op orde
De eerste van de twee ambities van SAII is: Het fundament op orde. Dat is inderdaad verbeterd. De voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven zijn beter op orde. Er is vooruitgang op de drie thema’s van deze ambitie:
- Sociale veiligheid: er is meer bewustwording over het belang van een sociaal veilige sport. En van het tegengaan van grensoverschrijdend gedrag.
- Ruimte voor sport: er zijn verschillende instrumenten ontwikkeld. Deze helpen bij een toegankelijkere en efficiëntere sportinfrastructuur en beweegvriendelijke omgeving.
- Vitale sportaanbieders: de structuur voor clubondersteuning is sterker en uitgebreider. En er zijn nu een functiehuis en opleidingsstructuur voor professionals.
Er is op de thema’s nog meer vooruitgang nodig. Maar de vooruitgang die er wel is, komt voort uit samenwerking tussen organisaties binnen en buiten de sport. Dat is betekenisvol, want daarop was SAII vooral gericht. Domeinoverstijgende samenwerking is namelijk nodig om de grote opgaven in en rondom sport het hoofd te bieden.
Bereik deels vergroot
De tweede ambitie van SAII is: een groter bereik. Dat is deels gelukt. Maar er is nog te weinig passend aanbod voor groepen mensen die nog niet genoeg sporten. De resultaten per thema zijn:
- Inclusie en diversiteit: er zijn met name beleidsmatige stappen gezet. Deze kunnen de sport- en beweegsector toegankelijker en laagdrempeliger maken.
- Vaardig in bewegen: er is meer (beleids)aandacht en bewustwording voor veelzijdig bewegen bij kinderen en jongeren.
Ook hier is nog meer vooruitgang nodig. Wel zijn door de betere samenwerking betekenisvolle stappen gezet. Voor betere voorwaarden voor een inclusievere en diversere sport- en beweegsector. En voor betere sport- en beweegvaardigheid onder kinderen en jongeren.
Voortbouwen op opbrengsten SAII
Er is meer tijd nodig om de opgaven uit SAII allemaal het hoofd te bieden. En om zo meer mensen aan het sporten en bewegen te krijgen en te houden. De ontstane samenwerkingen zijn de eerst stap. Nu zijn specifieke acties nodig gericht op groepen die nu minder sporten en bewegen.
De opgaven uit SAII zijn niet verdwenen nu het beleidsprogramma eindigt. Juist daarom is het van belang om de ontstane samenwerkingen en andere opbrengsten te borgen. SAII legt een solide basis voor een volgend beleidsprogramma.
Meer nieuws over dit thema
Breder perspectief op doelmatigheid en doeltreffendheid sportbeleid nodig, met meer oog voor bredere opgaven
Het ministerie van VWS moet verandering niet schuwen en het sportsysteem blijven optimaliseren. Discussies over de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid helpen daarbij. Belangrijk is wel om mee te wegen in hoeverre beleidsmaatregelen bijdragen aan hogere doelen of bredere opgaven van het sportbeleid.
BRC heeft groot bereik via verbindingen en inzet op specifieke groepen mensen
Alle gemeenten zetten functionarissen in vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC). Zij leggen verbindingen en richten zich op een groot aantal doel- en leeftijdsgroepen. Daarmee heeft de regeling een groot bereik.
Sportbeleid overwegend stabiel in 2024 en 2025
Het sportbeleid kent een aantal lijnen die al langere tijd lopen. Zoals het Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties. En ook op beleidsonderdelen als topsport en (topsport)evenementen is er vastgesteld beleid. Dit zorgt voor stabiliteit en structuur in het sportbeleid. Tegelijk nam de aandacht voor een aantal beleidsthema’s toe en werd het beleid breder.