Ga naar de inhoud

Kennis belangrijk voor investeringen in ventilatie in de zwem- en fitnessector

Kennis over de effectiviteit van ventilatie is belangrijk. Doordat die kennis ontbrak, investeerden exploitanten in de zwem- en fitnessector nauwelijks in ventilatie tijdens de coronacrisis. Als die kennis er in een volgende crisissituatie wel is, dan is er binnen beide sectoren waarschijnlijk meer draagvlak om in ventilatie te investeren. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.

Weinig investeringen door gebrek aan kennis

Exploitanten van fitness- en zwemvoorzieningen investeerden dus nauwelijks in ventilatie tijdens de coronacrisis. Dit kwam vooral door een gebrek aan (eenduidige) kennis over de effectiviteit van ventilatie voor het bestrijden van het coronavirus.

Door dat gebrek aan kennis kondigde de overheid geen verplichte maatregelen af over het gebruik van ventilatie in sportvoorzieningen. De fitness- en zwemsector konden dus niet (gedeeltelijk/tijdelijk) openblijven als zij investeerden in ventilatie. Vooral daarom zagen exploitanten geen reden om tot die investeringen over te gaan.

P3 Venti: onderzoek naar ventilatie in sportvoorzieningen

Welke rol speelt ventilatie in sportvoorzieningen voor het verminderen van virusverspreiding door de lucht? Dit is de centrale vraag in het Programma Pandemische Paraatheid Ventilatie (kortweg P3 Venti). In het deelprogramma over besluitvorming ligt de focus op:

  • hoe organisaties binnen de fitness- en zwemsector beslissingen nemen over investeringen in ventilatie, tijdens een (niet-)pandemische situatie;
  • welke factoren die beslissingen (kunnen) belemmeren en bevorderen.

Het Mulier Instituut onderzocht deze beslissingen en factoren, als één van de kennispartners van P3 Venti.

Belang van kennis en brancheorganisaties

P3 Venti staat in 2025 in het teken van het ontwikkelen van een afwegingskader. Beslissers bij de overheid en in de sport kunnen dat kader gebruiken om in een volgende crisissituatie afwegingen te maken voor keuzes over ventilatie in sportvoorzieningen. In ons rapport komen twee suggesties naar voren die vooral relevant zijn voor in een afwegingskader.

  • Kennis over het effect van ventilatie op de verspreiding van een virus is van belang. Als die kennis beschikbaar is en daaruit naar voren komt dat ventilatie kan helpen om virusverspreiding te bestrijden, dan zullen exploitanten van sportvoorzieningen bereid zijn daarin te investeren. Uit zichzelf of omdat de overheid verplichte maatregelen over ventilatie afkondigt.
  • Hoe meer en hoe eerder brancheorganisaties uit de sport worden betrokken bij beslissingen over (investeringen in) ventilatie, hoe meer draagvlak er onder hen is. Juist brancheorganisaties zijn de ‘spin in het web’ zijn als het gaat om communicatie met (hun achterban van) sportaanbieders/exploitanten van sportvoorzieningen.

Meer nieuws over dit thema

Brede zorgen over de ruimte voor sport en bewegen

Wachtlijsten, sportruimte die moet wijken voor woningbouw en bevolkingsgroei: er zijn brede zorgen over de ruimte die beschikbaar is voor sport en bewegen. En of deze wel (voldoende) meegroeit met de veranderende en toenemende behoefte aan sportruimte.

Aantal openbare zwembaden in Nederland gedaald sinds 2013

Sinds 2013 zijn er 66 zwembaden gesloten en 27 nieuwe gerealiseerd. In 2024 zijn er daardoor 621 openbare zwembaden in Nederland: 39 minder dan in 2013. De nieuwe zwembaden zijn vooral in steden in te vinden. Dit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.

Deel gemeenten gebruikt nog gewasbeschermingsmiddelen op sportvelden

Een klein deel van de gemeenten gebruikt nog gewasbeschermingsmiddelen bij het onderhoud van grassportvelden. Dit aandeel is de afgelopen drie jaar ongeveer gelijk gebleven. Om ook deze velden vrij te krijgen van chemische middelen is meer aandacht nodig. Dit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.