Ga naar de inhoud

Eerste resultaten ‘Buitenspelen in Kaart’ benadrukken belang van buitenspelen op school en opvang

De vragenlijst Buitenspelen in Kaart (BinK) meet hoeveel en hoe lang kinderen buitenspelen. Eerste resultaten laten zien dat de buitenspeeltijd op school en de opvang een belangrijk onderdeel is van de totale buitenspeeltijd. Meer onderzoek naar de validiteit van de vragenlijst is nodig voor een beter beeld. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek van het Mulier Instituut met de BinK-vragenlijst.

Bijdrage van buitenspelen op school en de opvang groot

Voor veel kinderen vindt een groot deel van hun totale buitenspeeltijd op een dag op school en de opvang plaats. Zeker voor kinderen die in totaal weinig buitenspelen. Maar buitenspeeltijd is op school en de opvang niet altijd een vast onderdeel. Het verschilt daardoor sterk hoeveel kinderen daar buitenspelen.

Bepaalde kinderen spelen minder buiten, maar ook nog veel onbekend

We zien in dit onderzoek dat bepaalde kinderen minder buitenspelen. Bijvoorbeeld:

  • oudere kinderen;
  • kinderen die in stedelijke gebieden wonen;
  • kinderen van ouders met een hoger opleidingsniveau.

Toch weten we ook nog veel niet. Bijvoorbeeld over welke rol de sociale en fysieke omgeving spelen bij buitenspelen. En over de plaats van buitenspelen in de hele tijdsbesteding op een dag.

BinK meet buitenspelen in meer detail

In dit onderzoek verkenden we de bruikbaarheid van de BinK-vragenlijst om buitenspeeltijd te meten. Ten opzichte van eerder onderzoek meet deze vragenlijst buitenspeeltijd in meer detail. We vragen namelijk specifiek naar buitenspeeltijd per dag in de vrije tijd, op de opvang en op school.

Meer onderzoek naar validiteit vragenlijst nodig

Deze verkenning roept ook nog enkele vragen op. Het is nog niet zeker of BinK in de huidige vorm de buitenspeeltijd van kinderen valide meet. Sommige vragen waren mogelijk nog onduidelijk. En het is niet duidelijk of ouders voldoende zicht hebben op hoeveel hun kind buitenspeelt op de opvang en op school. Het is nodig dit verder te onderzoeken.

Meer nieuws over dit thema

Gezinswelvaart belangrijke voorspeller voor sportdeelname middelbare scholieren

Middelbare scholieren (12–16 jaar) met een lage gezinswelvaart sporten minder vaak wekelijks dan hun leeftijdgenoten. Ook zijn ze minder vaak lid van een sportclub. Deze verschillen blijven bestaan wanneer we rekening houden met opleiding, leeftijd, gender en migratieachtergrond.

Voortgang Sportakkoord II: inclusie en bewegende jeugd nog niet de norm, maar de basis ligt er 

Het merendeel van de gemeenten realiseert de randvoorwaarden die nodig zijn voor de ambities van Sportakkoord II. De partners pakken hun rol op om te komen tot meer inclusie en sociaal diverse sportomgevingen. Dat blijkt uit het voortgangsrapport van het Mulier Instituut.

Meer kinderen hebben A-, B- én C-diploma; zwemvaardigheid kwetsbare kinderen blijft achter

Bijna vier op de tien kinderen van 6-12 jaar hebben in 2024 zwemdiploma A, B én C (38%). In 2012 was dat nog een kwart (27%). Vooral onder jongere kinderen (6-9 jaar) nam dit aandeel toe: van 13 procent in 2012 naar 34 procent in 2024.