Energie is op verschillende manieren essentieel voor de sport
Per sport zijn er grote verschillen in de invloed van het energieverbruik op de sportbeoefening zelf. Stijgende energieprijzen hebben hierdoor ook uiteenlopende gevolgen voor de sporters. Dit blijkt uit een verkenning van het Mulier Instituut.

Direct of indirect energieverbruik
Binnensporten verbruiken energie voornamelijk tijdens het sporten. Met name de verwarming van de sportruimtes in de winterperiode zorgt voor een verschil met buitensporten. In de meeste buitensporten wordt de meeste energie verbruikt rondom het sporten, voor de kantine en de douches. Dat neemt niet weg dat de verlichting van het sportoppervlak bij buitensportverenigingen in de avonduren voor een aanzienlijk deel van de energiekosten zorgt.
Verder valt op dat sporten met een beperkt aantal verenigingen vaak meer energie nodig hebben voor vervoer, vanwege de grotere afstanden naar competities.
Beter zicht gewenst
Sportbonden met een groot energieverbruik benadrukken dat ze meer zicht willen op het energieverbruik. Om het energieverbruik beter te begrijpen, is het belangrijk om gedetailleerd inzicht te verkrijgen per doeleinde, zoals verlichting of verwarming. Hierdoor wordt het mogelijk om een nauwkeurigere verdeling te maken tussen direct en indirect energieverbruik. Ook kan beter zicht op het aantal gebruikers per accommodatie helpen om de energiekosten per sporter te achterhalen.
Verder is het van belang om overige energiestromen in kaart te brengen, zoals warmtenetten en restwarmte van sportaccommodaties. Zo kunnen we het werkelijke energieverbruik nog dichter benaderen.
Meer nieuws over dit thema
Brede zorgen over de ruimte voor sport en bewegen
Wachtlijsten, sportruimte die moet wijken voor woningbouw en bevolkingsgroei: er zijn brede zorgen over de ruimte die beschikbaar is voor sport en bewegen. En of deze wel (voldoende) meegroeit met de veranderende en toenemende behoefte aan sportruimte.
Aantal openbare zwembaden in Nederland gedaald sinds 2013
Sinds 2013 zijn er 66 zwembaden gesloten en 27 nieuwe gerealiseerd. In 2024 zijn er daardoor 621 openbare zwembaden in Nederland: 39 minder dan in 2013. De nieuwe zwembaden zijn vooral in steden in te vinden. Dit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.
Deel gemeenten gebruikt nog gewasbeschermingsmiddelen op sportvelden
Een klein deel van de gemeenten gebruikt nog gewasbeschermingsmiddelen bij het onderhoud van grassportvelden. Dit aandeel is de afgelopen drie jaar ongeveer gelijk gebleven. Om ook deze velden vrij te krijgen van chemische middelen is meer aandacht nodig. Dit blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.