Nationaal Sportakkoord

Nationaal Sportakkoord

Het Nationaal Sportakkoord ‘Sport verenigt Nederland’ is sinds eind 2018 in uitvoering, en loopt tot en met 2021. Het doel van het akkoord is dat iedereen in Nederland nu en in de toekomst zonder belemmeringen in een veilige en gezonde omgeving plezier in sport en bewegen kan hebben. Het is belangrijk dat iedereen die wil sporten en bewegen, dat ook kan. Belemmeringen moeten zoveel mogelijk worden weggenomen. De sportinfrastructuur dient duurzamer te worden, zowel wat betreft accommodaties en openbare ruimte, als door een grotere vitaliteit van verenigingen en andere aanbieders. De sporter moet zich veilig voelen: voor, tijdens en na het sporten. Ook het verbeteren van de motorische vaardigheid van kinderen is een belangrijk aandachtspunt in het sportakkoord, onder andere om het plezier in sporten te vergroten en zo een leven lang sporten en bewegen te stimuleren. Deze ambities zijn uiteengezet in vijf deelakkoorden. Elk deelakkoord is ondertekend door partijen die zich op dit thema gaan inzetten, samen met de trekkers van het sportakkoord: het ministerie van VWS, de Vereniging Sport en Gemeenten en NOC*NSF. De implementatie van het akkoord loopt langs drie lijnen: de nationale-, de lokale- en de sportlijn.

De monitoring van het sportakkoord wordt uitgevoerd door een consortium van het RIVM, Kenniscentrum Sport en Bewegen en het Mulier Instituut. Om ontwikkelingen rondom het sportakkoord zichtbaar te maken, worden indicatoren op nationaal niveau gevolgd. Het Mulier Instituut monitort indicatoren binnen de vijf deelthema’s van het sportakkoord:

Op deze site is informatie beschikbaar over de indicatoren per thema van het sportakkoord.

Monitor Sportakkoord

Twee keer per jaar rapporteert het Mulier Instituut over de voortgang van het sportakkoord. In juni dit jaar verscheen een voortgangsrapportage waarin de inhoudelijke voortgang op de vijf thema’s van het sportakkoord in beeld gebracht worden. Dit gaat zowel om de inspanningen binnen de drie implementatielijnen als de stand van zaken voor de indicatoren. Eerder verschenen al een rapport over de start van de lokale akkoorden (juni 2019), een voortgangsrapportage met de inspanningen binnen de drie implementatielijnen (november 2019) en een procesevaluatie en inhoudsanalyse van de lokale sportakkoorden (maart 2020). Medio november dit jaar zal een nieuwe voortgangsrapportage volgen.

Inclusief sporten en bewegen

De ambitie van het thema inclusief sporten en bewegen is dat iedere Nederlander een leven lang plezier beleeft aan sporten en bewegen in een inclusieve sport- en beweegomgeving. Ten behoeve van de ambitie zijn drie doelen opgesteld:

  1. Inclusief sporten en bewegen wordt door iedereen als vanzelfsprekend ervaren.
  2. Regio’s in Nederland zijn versterkt op het gebied van inclusief sporten en bewegen door intensieve samenwerking in regionale of lokale allianties.
  3. De sociale, praktische, financiële toegankelijkheid van het sport- en beweegaanbod is vergroot.

Per doel is een set aan maatregelen ontwikkeld, die door de inzet van betrokken partijen worden uitgevoerd. In de monitor wordt aan de hand van (proces)indicatoren de voortgang op de uitvoering van de maatregelen gevolgd. Daarnaast wordt aan de hand van indicatoren de stand van zaken op de doelen van het thema inclusief sporten en bewegen gevolgd.

Klik hier om het hoofdstuk ‘Inclusief sporten en bewegen’ apart te downloaden.

Duurzame sportinfrastructuur

De ambitie van het thema duurzame sportinfrastructuur is om Nederland te voorzien van een functionele, goede en duurzame sportinfrastructuur. Ten behoeve van de ambitie zijn vijf doelen opgesteld:

  1. Verduurzaming van het sportvastgoed in het verlengde van de Klimaatafspraken.
  2. Sportvelden worden zoveel mogelijk milieuvriendelijk beheerd.
  3. Nederland wordt beweegvriendelijker.
  4. Exploitatietekorten van sportaccommodaties worden kleiner.
  5. Gebruik van sportaccommodaties neemt toe.

Per doel is een set aan maatregelen ontwikkeld, die door de inzet van betrokken partijen worden uitgevoerd. In de monitor wordt aan de hand van (proces)indicatoren de voortgang op de uitvoering van de maatregelen gevolgd. Daarnaast wordt aan de hand van indicatoren de stand van zaken op de doelen van het thema duurzame sportinfrastructuur gevolgd.

Klik hier om het hoofdstuk ‘Duurzame sportinfrastructuur’ apart te downloaden.

Vitale sport- en beweegaanbieders

De ambitie van het thema vitale sport- en beweegaanbieders is om de organisatie en financiën van sport- en beweegaanbieders toekomstbestendig te maken. Ten behoeve van de ambitie zijn zeven doelen opgesteld:

  1. Meer sport- en beweegaanbieders zijn toekomstbestendig.
  2. Een groei van (geschoold) verenigingskader.
  3. Een groei van diversiteit en aantal vrijwilligers.
  4. Een groei van interne en externe samenwerkingsverbanden in de sport.
  5. Innovatie van aanbod en lidmaatschapsvormen.
  6. Een hogere kwaliteit van verenigingsondersteuning.
  7. De transitie bij bonden is versneld.

Per doel is een set aan maatregelen ontwikkeld, die door de inzet van betrokken partijen worden uitgevoerd. In de monitor wordt aan de hand van (proces)indicatoren de voortgang op de uitvoering van de maatregelen gevolgd. Daarnaast wordt aan de hand van indicatoren de stand van zaken op de doelen van het thema vitale sport- en beweegaanbieders gevolgd.

Klik hier om het hoofdstuk ‘Vitale sport- en beweegaanbieders’ apart te downloaden.

Positieve sportcultuur

De ambitie van het thema positieve sportcultuur is om overal met plezier, veilig, eerlijk en zorgeloos kunnen sporten. Ten behoeve van de ambitie zijn vier doelen opgesteld:

  1. Alle sportclubs hebben actief aandacht voor een positieve sportcultuur.
  2. Trainers, leraren en instructeurs stellen het welzijn van het kind boven de winst.
  3. Meer sportieve spelregels binnen en buiten het veld.
  4. Tegengaan ongewenst en grensoverschrijdend gedrag in de sport.

Per doel is een set aan maatregelen ontwikkeld, die door de inzet van betrokken partijen worden uitgevoerd. In de monitor wordt aan de hand van (proces)indicatoren de voortgang op de uitvoering van de maatregelen gevolgd. Daarnaast wordt aan de hand van indicatoren de stand van zaken op de doelen van het thema positieve sportcultuur gevolgd.

Klik hier om het hoofdstuk ‘Positieve sportcultuur’ apart te downloaden.

Van jongs af aan vaardig in bewegen

De ambitie van het thema van jongs af aan vaardig in bewegen is om meer kinderen aan de beweegrichtlijnen te laten voldoen en om de neerwaartse spiraal van de motorische vaardigheid van kinderen de komende jaren in positieve richting om te buigen. Ten behoeve van de ambitie zijn vier doelen opgesteld:

  1. Een positieve trendbreuk in de motorische vaardigheden van jeugd.
  2. Stijging van het aantal kinderen dat voldoet aan de beweegnorm.
  3. Stijging van de sportdeelname: verhoging sportplezier in de leeftijd 4-12 jaar en minder uitval van jeugd in de leeftijd 12-18 jaar.
  4. Groter bewustzijn bij ouders en verzorgers over het belang van bewegen en motorische ontwikkeling van kinderen.

Per doel is een set aan maatregelen ontwikkeld, die door de inzet van betrokken partijen worden uitgevoerd. In de monitor wordt aan de hand van (proces)indicatoren de voortgang op de uitvoering van de maatregelen gevolgd. Daarnaast wordt aan de hand van indicatoren de stand van zaken op de doelen van het thema van jongs af aan vaardig in bewegen gevolgd.

Klik hier om het hoofdstuk ‘Van jongs af aan vaardig in bewegen’ apart te downloaden.

Uitgelicht

Voortgangs-rapportage juni 2020

Van het Nationaal Sportakkoord gaat een verbindende kracht uit: niet eerder waren landelijk, lokaal en het beleid van de sportsector zelf zo nauw met elkaar verbonden en op elkaar afgestemd. Niet eerder ook werd zo’n omvattende focus op de sportsector gehanteerd. Dit blijkt uit de derde voortgangsrapportage van het Nationaal Sportakkoord.

Uitgelicht

Tussenstand lokale sport-akkoorden

Sportformateurs die in de periode april tot en met november 2019 de eerste 39 lokale sportakkoorden hebben begeleid, zien nieuwe samenwerking en contacten ontstaan tussen sportpartijen onderling, maar ook tussen de sport en andere sectoren en beleidsterreinen. Dit blijkt uit de rapportage ‘Tussenstand lokale sportakkoorden’.