Dopingprevalentie- en beleid

Dopingprevalentie- en beleid

Met ondersteuning van het ministerie van VWS, voert het Mulier Instituut in 2019 een dopingprevalentiemeting uit in de topsport. De meting is een vervolg op voorgaande metingen uitgevoerd door de in 1989 opgerichte Dopingautoriteit (destijds NeCeDo) dat sinds 1 januari 2019 een zelfstandig bestuursorgaan is met als missie het realiseren van  dopingvrije sport in Nederland, op basis van de Wereld Anti Doping Code van de World Anti-Doping Agency (WADA). Eerdere studies naar de kennis van, houding over en het gebruik van doping onder topsporters (1993, 1997, 2002/2003, 2009/2010 en 2014/2015) vonden in nauwe samenwerking plaats met diverse andere onderzoeksinstituten en onder meer NOC*NSF met als doel het preventie-, opsporings- en handhavingsbeleid van de Dopingautoriteit te evalueren en verbeteren.

Ook in de in 2019 uitgevoerde meting werkt het Mulier Instituut nauw samen met de Dopingautoriteit, NOC*NSF, de Atletencommissie en wetenschappelijke experts.

Net als in alle voorgaande metingen vormen de topsporters met een status van NOC*NSF (A, selectie, HP) de kernpopulatie van het onderzoek. Daarnaast worden ook voormalig statustopsporters – zowel de groep die nog actief is in de (inter)nationale topsport als de groep  die definitief is gestopt – bevraagd over hun dopinggebruik, ervaringen met dopingtesten en overige aan dopingbeleid gerelateerde maatregelen, zoals ‘whereabouts’-verplichtingen. Een derde groep vormt de topsporters die op het hoogste niveau in Nederland acteren, maar nooit een topsportstatus hebben ontvangen (inclusief professionele sporters zoals profvoetballers).

Evenals in de vorige meting in 2014/2015 zal gebruik worden gemaakt van een speciale  “Randomized Response”-methode om waarheidsgetrouwe antwoorden op sensitieve vragen zoals dopinggebruik te vergroten.