Sport in transitiegebieden

De Nederlandse sport staat voor uitdagende tijden. Veranderingen in de samenleving, zoals vergrijzing, individualisering en nieuwe vormen van binding vragen om continue aanpassing van het sportaanbod van lokale sportaanbieders. Deze uitdagingen laten zich voelen in het hele land, maar komen extra hard aan in gebieden die te maken hebben met een bevolkingskrimp. In deze gebieden zorgen vergrijzing en migratie voor een verminderde instroom van (jeugd)leden en een andere samenstelling van de sportaanbieders, hetgeen vele vragen oproept over de levensvatbaarheid en het veranderende karakter van deze organisaties.

In het kader van bovenstaande uitdagingen zijn in zes transitiegebieden (krimpgebieden of gebieden met andere ingrijpende demografische trends) pilotprojecten opgezet. Binnen deze projecten zijn sportverenigingen die moeten bijdragen aan een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het lokale sportaanbod ondersteund. Het Mulier Instituut peilde binnen de zes transitiegebieden waar de pilots plaatsvonden en in zes vergelijkbare transitiegebieden hoe de sportparticipatie zich ontwikkelde en hoe het de sportverenigingen in deze regio’s vergaat. Daarnaast is onderzocht in hoeverre de Open Club-gedachte, die in de pilotprojecten wordt gestimuleerd, samenwerking tussen de sportverenigingen en de lokale partners stimuleert. Is het lokale speelveld veranderd naar aanleiding van de pilotprojecten en welke impact heeft dit op de leefbaarheid van de regio?

Sportparticipatie en bondslidmaatschap daalt in krimpregio’s

Uit de publicatie Sport in transitieregio’s blijkt dat in krimp- en anticipeerregio’s de sportparticipatie tussen 2012 en 2016 en het bondslidmaatschap tussen 2014 en 2016 gedaald. Dat constateert het Mulier Instituut dat, in samenwerking met NOC*NSF en Kenniscentrum Sport, onderzoek heeft uitgevoerd in transitiegebieden. Dat zijn gebieden met relatief  sterke demografische ontwikkelingen (krimp of groei). Verenigingen in bijna alle onderzochte transitieregio’s scoren lager op het gebied van organisatiekracht dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat het ledenaantal, het kader, de accommodatie, de financiën en het beleid van verenigingen in zowel krimp- als groeiregio’s vaker tot zorgen leiden dan bij verenigingen in gebieden met minder sterke demografische ontwikkelingen.

Andere uitkomsten van het onderzoek:

  • In groeiregio’s is de sportparticipatie tussen 2010 en 2016 en het bondslidmaatschap tussen 2014 en 2016 relatief stabiel gebleven.
  • Bijna alle transitieregio’s scoren op het gebied van open club-gedachte boven het landelijk gemiddelde.
  • Anders dan verwacht is de organisatiekracht en open club-gedachte in de groeiregio’s niet het sterkst ontwikkeld.
  • Bijna alle transitieregio’s scoren bovengemiddeld op leefbaarheidsniveau.
  • Maatschappelijke partners zien duidelijk het belang van open clubs voor de (transitie)regio; namelijk een bredere participatie van specifieke doelgroepen in de samenleving.

Het onderzoeksrapport is het eindrapport van een reeks van drie metingen naar de ontwikkeling van verenigingen in transitieregio’s. Het Mulier Instituut heeft dit onderzoek uitgevoerd met steun van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en in samenwerking met NOC*NSF en Kenniscentrum Sport.

Eerder onderzoek

Uit eerder onderzoek bleek dat een sportvereniging van grote betekenis kan zijn voor de leefbaarheid. Belangrijk hierbij is dat de vereniging aan weet te sluiten op de wensen van de inwoners en diverse groepen samen weet te brengen. Ook andere voorzieningen die ontmoeten mogelijk maken, leveren een bijdrage aan de leefbaarheid. Een sportvereniging weet zich door de zelforganisatie meestal langer staande te houden dan onderwijsvoorzieningen of winkels. Dit maakt dat sportverenigingen, naar mate meer andere voorzieningen uit krimpkernen verdwijnen, belangrijker worden voor de sociale cohesie en de leefbaarheid in krimpkernen. Ook hier geldt dat de vereniging dan aansluiting moet houden met de veranderende wensen van de inwoners (zie voor meer informatie rapportage Sportverenigingen in krimpkernen).

Uitgelicht

Sportparticipatie en bondslidmaatschap daalt in krimpregio’s

In krimp- en anticipeerregio’s is de sportparticipatie tussen 2012 en 2016 en het bondslidmaatschap tussen 2014 en 2016 gedaald. Dat constateert het Mulier Instituut dat, in samenwerking met NOC*NSF en Kenniscentrum Sport, onderzoek heeft uitgevoerd in transitiegebieden. Dat zijn gebieden met relatief  sterke demografische ontwikkelingen (krimp of groei). Verenigingen in bijna alle onderzochte transitieregio’s scoren lager op het gebied van organisatiekracht dan het landelijk gemiddelde. Dit betekent dat het ledenaantal, het kader, de accommodatie, de financiën en het beleid van verenigingen in zowel krimp- als groeiregio’s vaker tot zorgen leiden dan bij verenigingen in gebieden met minder sterke demografische ontwikkelingen.

Uitgelicht

Vitaliteitsindex

Met de vitaliteitsindex van het Mulier Instituut kan snel een beeld worden gekregen van de organisatiekracht en de maatschappelijke oriëntatie van verenigingen. De index vertelt of een vereniging nu en in de toekomst goed in staat is om zijn sport(en) aan zijn leden aan te bieden, brengt inzicht in hoe de samenwerking met andere (niet) sportorganisaties verloopt, en meet hoe het op de sportvereniging is gesteld met gezondheid en normen en waarden.