Ga naar de inhoud

Sport en bewegen, onderwijs en kinderopvang zien kansen om beweegprofessionals breder in te zetten

Partijen uit het werkveld sport en bewegen, primair onderwijs en kinderopvang slaan de handen ineen. Ze zien concrete kansen om beweegprofessionals breder in te zetten. Zo kunnen personeelstekorten in onderwijs en kinderopvang worden verlicht. Tegelijkertijd ontstaat meer uitzicht op robuuste en aantrekkelijke functies voor deze beroepsgroep. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.

Bredere inzet beweegprofessionals helpt bij personeelstekorten

Beweegprofessionals breder inzetten kan helpen personeelstekorten in het basisonderwijs en de kinderopvang te verkleinen. Op diverse plekken waar de personeelskrapte groot is, gebeurt dit al met succes. Bijvoorbeeld in wijkgerichte beweegteams of als onderdeel van Integrale Kindcentra. Voorwaarde voor bredere inzet is wel dat er meer duidelijkheid komt over contractvormen en samenwerking tussen sectoren.

Bestaande initiatieven verdienen opschaling

Werkveldpartijen uit de drie sectoren benadrukken het belang van goede voorbeelden. Denk aan wijkgerichte beweegteams zoals Goes United. Of de inzet van beweegprofessionals binnen kindcentra. Zulke initiatieven laten zien dat samenwerking tussen sectoren in de praktijk werkt. Het is belangrijk om deze voorbeelden te bundelen en actief te delen. Zo kunnen andere regio’s en organisaties ervan leren en sneller aan de slag.

Behoefte aan ruimte voor experimenten

Werkveldpartijen pleiten voor extra ruimte om te experimenteren met nieuwe functies en werkvormen. Zoals jobcarving en gedeeld werkgeverschap. Pilots kunnen helpen om te ontdekken wat werkt. Wel moet er dan voldoende begeleiding en evaluatie zijn.

Drie concrete vervolgstappen

We doen drie aanbevelingen:

  1. Maak goede voorbeelden zichtbaar en overdraagbaar, bijvoorbeeld via factsheets en een digitale kennisbank.
  2. Stimuleer en volg experimenten, zoals pilots met combibanen en lokale of regionale beweegteams.
  3. Bouw aan een gedeeld platform en gezamenlijke visie. Zo kunnen sport, basisonderwijs, kinderopvang én bedrijfsleven samenwerken aan bewegen als onderdeel van kindontwikkeling.

Aanpak

We voerden dit onderzoek uit in opdracht van de HCA Sport en bewegen. De HCA is een samenwerkingsverband van partijen uit sport, bewegen, onderwijs en overheid. Het is gericht op een vitale sport- en beweegsector met voldoende en goed opgeleide professionals. Onze bevindingen zijn gebaseerd op:

  • documentenanalyse;
  • gesprekken met experts;
  • een brainstormsessie met werkveldpartijen.

Meer nieuws over dit thema

Sportbeleid overwegend stabiel in 2024 en 2025

Het sportbeleid kent een aantal lijnen die al langere tijd lopen. Zoals het Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties. En ook op beleidsonderdelen als topsport en (topsport)evenementen is er vastgesteld beleid. Dit zorgt voor stabiliteit en structuur in het sportbeleid. Tegelijk nam de aandacht voor een aantal beleidsthema’s toe en werd het beleid breder.

Voortgang Sportakkoord II: lokale samenwerkingen ontstaan en versterkt, maar zorgen over borging resultaten

Vanuit lokale sportakkoorden zijn er rondom de thema’s Vaardig in Bewegen (ViB) en Inclusie & Diversiteit (I&D) samenwerkingen ontstaan en versterkt. Ook zien we veranderingen die bijdragen aan sport en bewegen. Maar in gemeenten leven ook zorgen over het borgen van de opbrengsten.

BRC-functionarissen actief op helft basisscholen

Op 50 procent van de scholen in het primair onderwijs waren in 2025 één of meer BRC-functionarissen actief. Het grootste deel daarvan is een paar keer per jaar actief op de school.