Bewegen tijdens de schoolpauze: belangrijk middel, maar vaak geen doel op zich
Betrokkenen bij de pauze op basisscholen zien de meerwaarde van bewegen tijdens de pauze. Maar zij zien bewegen vooral als middel om de doelen van de pauze en het onderwijs te bereiken. Bewegen is daarmee geen doel op zich. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut op basis van interviews met schoolleiders, leerkrachten en aanbieders van pauzeactiviteiten.
Bewegen als middel, niet als doel van de pauze
De pauze is volgens deze betrokkenen in de eerste plaats een moment voor leerlingen om op te laden en te ontspannen. Bewegen kan hieraan bijdragen. Door leerlingen tijdens de pauze in beweging te krijgen, vervelen zij zich minder. Er ontstaan dan volgens de geïnterviewden ook minder conflicten op het schoolplein. En leerlingen hebben na een actieve pauze volgens hen meer energie en concentratie voor de rest van de schooldag.
Bewegen is hiermee vooral een middel om andere doelen van de pauze en de schooldag te ondersteunen en geen doel op zich. Bewegen heeft dus niet de hoogste prioriteit. De scholen van de geïnterviewden hebben dan ook geen beleid voor een actieve pauze. Hierdoor zijn afspraken en initiatieven kwetsbaar en afhankelijk van individuele medewerkers.
De pauze heeft meer functies dan bewegen
De pauze heeft volgens de betrokkenen meerdere functies. Naast ontspanning biedt de pauze ruimte voor vrij spel, voor sociale contacten en om vaardigheden te ontwikkelen. Georganiseerde activiteiten kunnen bijvoorbeeld helpen om leerlingen meer te laten bewegen. Wel vinden de geïnterviewden het belangrijk dat leerlingen ook ruimte houden om zelf te kiezen wat zij tijdens de pauze doen.
Bewegen vraagt om een bredere blik
De scholen zetten bewegen tijdens de pauze dus vooral als middel in. Maar bewegen verdient ook aandacht als doel op zich. Dit spanningsveld speelt niet alleen tijdens de pauze, maar breder binnen de schooldag.
De schooldag biedt verschillende momenten waarop kinderen kunnen bewegen. Maar scholen koppelen bewegen vaak aan andere doelen, zoals concentratie of leerprestaties. Daarom is het belangrijk om te onderzoeken welke ondersteuning scholen en schoolpersoneel nodig hebben om bewegen structureel onderdeel te maken van de schooldag.
Interviews met vijftien betrokkenen
Voor dit onderzoek spraken we met vijftien betrokkenen bij de pauze op basisscholen:
- schoolleiders;
- groepsleerkrachten;
- vakleerkrachten bewegingsonderwijs; en
- externe aanbieders van pauzeactiviteiten.
Meer nieuws over dit thema
Aandacht voor beweegstimulering bij jonge kinderen nog niet vanzelfsprekend
Minder dan de helft van de gemeenten besteedt aandacht aan beweegstimulering specifiek voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Slechts een derde van de BRC-functionarissen doet dit regelmatig.
Voortgang Sportakkoord II: lokale samenwerkingen ontstaan en versterkt, maar zorgen over borging resultaten
Vanuit lokale sportakkoorden zijn er rondom de thema’s Vaardig in Bewegen (ViB) en Inclusie & Diversiteit (I&D) samenwerkingen ontstaan en versterkt. Ook zien we veranderingen die bijdragen aan sport en bewegen. Maar in gemeenten leven ook zorgen over het borgen van de opbrengsten.
BRC-functionarissen actief op helft basisscholen
Op 50 procent van de scholen in het primair onderwijs waren in 2025 één of meer BRC-functionarissen actief. Het grootste deel daarvan is een paar keer per jaar actief op de school.