Bekendheid buurtsportcoaches neemt langzaam toe
De bekendheid van buurtsportcoaches neemt toe onder de Nederlandse bevolking. In 2024 kende een derde (33%) van de Nederlanders een functionaris als de buurtsportcoach. In 2018 was dat nog maar een op de vijf (21%). Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder een representatieve groep Nederlanders vanaf 16 jaar.
In alle gemeenten in Nederland zijn buurtsportcoaches actief. In vergelijking daarmee blijft de bekendheid dus wel vrij laag.
Onbekend maakt onbemind
Mensen die de buurtsportcoach kennen, zijn positief over de functie. Bijna zes op de tien (59%) denken dat de buurtsportcoach helpt om mensen meer te laten sporten en bewegen in hun eigen woonomgeving.
Mensen die de buurtsportcoach niet kennen, zien de noodzaak van zo’n functionaris ook minder. Van hen wil slechts een op de vijf (21%) graag zo’n functionaris in de wijk. Meer dan de helft weet het niet (54%).
Deelname aan activiteiten lager dan voor corona
Er worden veel sport- en beweegactiviteiten georganiseerd in buurten, door buurtsportcoaches en door anderen. De helft van de Nederlanders (51%) kent minstens één georganiseerde activiteit. De bekendheid is daarmee nog niet terug op het niveau van voor corona.
Wel doen mensen vaker mee met de activiteiten die ze kennen. Wandelingen en fietstochten hebben net als eerdere jaren de grootste bekendheid en de hoogste deelname.
Twee derde van de kinderen deed mee aan een activiteit
Activiteiten in de buurt zijn regelmatig gericht op kinderen. Twee derde (67%) van de kinderen deed afgelopen jaar mee aan een georganiseerde activiteit. Het vaakst deden ze mee aan:
- wandelingen, zoals de avondvierdaagse;
- hardloopevenementen of sponsorlopen;
- toernooien.
Vragenlijst onder 2.004 Nederlanders
Deze factsheet is gebaseerd op het Nationaal Sportonderzoek (NSO). Sinds 2014 stellen we daarin om het jaar vragen over sport en bewegen in de buurt. In 2024 deden er 2.004 respondenten mee.
Meer nieuws over dit thema
Sportbeleid overwegend stabiel in 2024 en 2025
Het sportbeleid kent een aantal lijnen die al langere tijd lopen. Zoals het Sportakkoord en de Brede Regeling Combinatiefuncties. En ook op beleidsonderdelen als topsport en (topsport)evenementen is er vastgesteld beleid. Dit zorgt voor stabiliteit en structuur in het sportbeleid. Tegelijk nam de aandacht voor een aantal beleidsthema’s toe en werd het beleid breder.
Voortgang Sportakkoord II: lokale samenwerkingen ontstaan en versterkt, maar zorgen over borging resultaten
Vanuit lokale sportakkoorden zijn er rondom de thema’s Vaardig in Bewegen (ViB) en Inclusie & Diversiteit (I&D) samenwerkingen ontstaan en versterkt. Ook zien we veranderingen die bijdragen aan sport en bewegen. Maar in gemeenten leven ook zorgen over het borgen van de opbrengsten.
BRC-functionarissen actief op helft basisscholen
Op 50 procent van de scholen in het primair onderwijs waren in 2025 één of meer BRC-functionarissen actief. Het grootste deel daarvan is een paar keer per jaar actief op de school.