Ga naar de inhoud

Beginnen met een sport: niet voor iedereen even makkelijk

Sporters ervaren de startperiode van hun meest beoefende sport heel verschillend. Een op de zes sporters (17%) heeft die als lastig ervaren. Drie op de vijf (56%) vonden de startperiode juist plezierig. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder Nederlanders vanaf 16 jaar. Inzicht in deze ervaringen kan helpen om uitval onder sporters te verminderen.

Volleybal

Sport is niet altijd meteen leuk

Het verschilt hoe snel mensen een nieuwe sport leuk vinden. Twee op de drie sporters (68%) vonden hun sport direct heel leuk. Maar voor een op de vijf (19%) duurde dit een paar maanden. Dit bepaalt deels hoe ze de startperiode ervaren.

Ervaring hangt ook af van vaardigheden en contact met medesporters

Hoe mensen de startperiode ervaren, hangt daarnaast af van hoe snel ze de sport onder de knie krijgen. En van hoe goed ze aansluiting vinden bij medesporters. De helft van de sporters (46%) had vrijwel direct het gevoel de sport redelijk tot goed te kunnen beoefenen. En vier op de tien (40%) hadden vrijwel direct goed contact met medesporters.

Factoren hangen met elkaar samen

Sporters die de startperiode lastiger vonden, hebben vaak ook mindere ervaringen op de andere gebieden:

  • Ze hadden vaker meer tijd nodig om de sport leuk te vinden.
  • Het duurde vaker een tijdje voor ze de sport goed konden uitvoeren.
  • Ze hadden vaker niet direct goed contact met medesporters.

Oudere en frequentere sporters positiever over startperiode

Sporters die al langer aan hun sport doen en sporters die vaker sporten, zijn positiever over hun startperiode. Zij:

  • vonden hun startperiode vaker plezierig;
  • vonden hun sport sneller leuk;
  • waren sneller goed in hun sport;
  • hadden sneller goed contact met medesporters.

Ook sporters die ouder zijn, zijn positiever over de startperiode dan jongere sporters. Ongeacht hoe lang ze hun sport al beoefenen.

Meer inzicht nodig in obstakels in startperiode

Positieve ervaringen in de startperiode van een sport zijn belangrijk voor het ontwikkelen van een duurzame sportgewoonte. Meer onderzoek is nodig om te bepalen welke obstakels sommige sporters ervaren in de startperiode. Ook onderzoek naar sporters die gestopt zijn met hun sport, kan helpen om uitval tegen te gaan.

Vragenlijst onder 1.140 Nederlanders

Voor dit onderzoek hebben we het Nationaal Sportonderzoek van september 2024 gebruikt. Daarin hebben we vragen opgenomen over de startperiode van de sport waarin sporters het meest actief zijn. 1.140 Nederlandse sporters van 16 tot 80 jaar vulden deze vragen in.

Meer nieuws over dit thema

65-plussers bewegen en sporten steeds vaker

Ouderen van 65 jaar of ouder doen vaker sportieve activiteiten dan twintig jaar geleden. Dit zien we zowel bij sportdeelname als bij wandelen en fietsen. Ook voldoen ouderen steeds vaker aan de beweegrichtlijnen.

Gezinswelvaart belangrijke voorspeller voor sportdeelname middelbare scholieren

Middelbare scholieren (12–16 jaar) met een lage gezinswelvaart sporten minder vaak wekelijks dan hun leeftijdgenoten. Ook zijn ze minder vaak lid van een sportclub. Deze verschillen blijven bestaan wanneer we rekening houden met opleiding, leeftijd, gender en migratieachtergrond.

Veel gemeenten stimuleren fietsen, maar alleen campagnes zijn niet genoeg

Ruim drie kwart van de Nederlandse gemeenten zet zich in om fietsen te stimuleren. Dat doen ze vooral via campagnes, vooral gericht op oudere inwoners. Maar om mensen structureel aan het fietsen te krijgen, is meer nodig dan alleen campagnes.