Ga naar de inhoud

Aandacht voor beweegstimulering bij jonge kinderen nog niet vanzelfsprekend

Minder dan de helft van de gemeenten besteedt aandacht aan beweegstimulering specifiek voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Slechts een derde van de BRC-functionarissen doet dit regelmatig. Aandacht voor beweegstimulering bij 0-4-jarigen is dus nog niet vanzelfsprekend. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut.

Belangrijke levensfase, beperkte aandacht

De eerste levensjaren zijn cruciaal voor de ontwikkeling van motorische vaardigheden en actieve gewoonten. Toch hebben veel gemeenten nog niet structureel aandacht voor beweegstimulering bij 0-4-jarigen. Slechts 46 procent van de gemeenten besteedt specifiek aandacht aan deze doelgroep. 42 procent zet in op de bredere groep van 0 tot 12 jaar, zonder specifieke aandacht voor jonge kinderen.

Deel gemeenten wil wel, maar ervaart belemmeringen

Bijna de helft van de gemeenten wil zich meer inzetten voor beweegstimulering bij 0-4-jarigen. De overige gemeenten willen dit niet of weten dit niet. Mogelijk is het belang van specifieke inzet op 0-4-jarigen niet overal bekend. Daarnaast ervaren gemeenten diverse belemmeringen om zich voor dit thema in te zetten. Zoals te weinig geld en te weinig prioriteit in het gemeentelijke beleid.

Ook BRC-functionarissen zien kansen voor meer aandacht voor de jongste doelgroep. Zij hebben behoefte aan meer tijd en kennis en aan sterkere samenwerkingen.

Veel samenwerking, maar vaak incidenteel

Gemeenten en BRC-functionarissen werken voor beweegstimulering bij jonge kinderen vooral samen met:

  • kinderdagverblijven peuteropvang en integrale kindcentra;
  • lokale netwerken of coalities;
  • sport- en beweegaanbieders.

Bij BRC-functionarissen zijn deze samenwerkingen vaak incidenteel.

Aanbevelingen voor meer beweegstimulering bij jonge kinderen

In ons rapport doen we vier aanbevelingen om beweegstimulering bij jonge kinderen structureel in te bedden:

  1. Leg beleid vast voor beweegstimulering specifiek voor de doelgroep 0-4-jarigen.
  2. Zorg dat je alle jonge kinderen bereikt.
  3. Investeer in randvoorwaarden voor BRC-functionarissen, zoals beschikbare uren en professionalisering.
  4. Stimuleer actieve mobiliteit vanaf jonge leeftijd.

Vragenlijsten onder gemeenteambtenaren en BRC-functionarissen

Voor dit onderzoek hebben we twee vragenlijsten uitgezet:

  • een via het panel van de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG-panel, september 2025); en
  • een via het BRC-panel (juni 2025).

150 gemeenteambtenaren en 109 BRC-functionarissen vulden de vragenlijsten in.

Meer nieuws over dit thema

Voortgang Sportakkoord II: lokale samenwerkingen ontstaan en versterkt, maar zorgen over borging resultaten

Vanuit lokale sportakkoorden zijn er rondom de thema’s Vaardig in Bewegen (ViB) en Inclusie & Diversiteit (I&D) samenwerkingen ontstaan en versterkt. Ook zien we veranderingen die bijdragen aan sport en bewegen. Maar in gemeenten leven ook zorgen over het borgen van de opbrengsten.

BRC-functionarissen actief op helft basisscholen

Op 50 procent van de scholen in het primair onderwijs waren in 2025 één of meer BRC-functionarissen actief. Het grootste deel daarvan is een paar keer per jaar actief op de school.

Bewegen op de kaart bij kinderdagverblijf en peuteropvang, verankering kan sterker

Bewegen is een belangrijk thema binnen kinderdagverblijven (KDV) en peuteropvang (PO). Op veel locaties is er aandacht voor bewegen in beleid en praktijk. Toch is bewegen nog niet overal structureel en organisatiebreed verankerd.