De Sportimpuls als katalysator voor lokaal sport- en beweegaanbod

Lokale sport- en beweegaanbieders met maatschappelijke ambities krijgen door de subsidieregeling Sportimpuls de (financiële) mogelijkheden om die waar te maken. Vaak zijn er namelijk voldoende ideeën en ambities, maar ontbreekt het aan financiële middelen om die ideeën verder uit te werken. Dit blijkt uit het onderzoek naar de lokale uitvoering en opbrengsten van de Sportimpulsprojecten uit de eerste en tweede ronde, dat het Mulier Instituut en Kennispraktijk met subsidie van het ministerie van VWS hebben uitgevoerd. Minister Schippers heeft op 21 oktober een voortgangsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin zij naar het verdiepingsonderzoek verwijst.

Uit het onderzoek blijkt dat aanvragers de aanvraagprocedure bij de Sportimpuls helder, maar bewerkelijk vinden. Het verplicht gebruiken van interventies uit de Menukaart Sportimpuls biedt duidelijkheid, maar wordt soms als beperkend ervaren vanwege de geringe keuzemogelijkheden en de moeilijkheid om de interventie te vertalen naar de (complexe) lokale situatie. Volgens de projectleiders verlopen de meeste projecten van de Sportimpuls volgens planning en worden hun doelstellingen behaald. De (financiële) borging dat de projecten ook na afloop van de subsidie doorgang vinden heeft bij veel projecten wel aandacht, maar is nog niet overal gerealiseerd.

De Sportimpuls

De Sportimpuls biedt sport- en beweegaanbieders de mogelijkheid om sport- en beweegaanbod in de eigen buurt aan te bieden, voor mensen die nog niet of nauwelijks sporten en/of bewegen. Voorwaarden voor subsidie zijn dat de lokale vraag leidend is en dat de activiteiten in (lokale) samenwerking tot stand komen. Er moet gebruik worden gemaakt van projecten (‘interventies’) die elders al succesvol zijn gebleken en die geregistreerd staan in de ‘Menukaart Sportimpuls’. Na de projectperiode moet het project (financieel) zelfstandig kunnen worden voortgezet.

De subsidieregeling Sportimpuls maakt deel uit van het programma Sport en Bewegen in de Buurt (SBB), dat in 2012 is gestart. Projecten hebben een maximale looptijd van twee jaar. Aan het eind van dit jaar worden de eerste 175 projecten afgerond en starten ruim 200 nieuwe projecten.

Over het onderzoek

Het Mulier Instituut en Kennispraktijk hebben in 2014 kwalitatief onderzoek gedaan naar de bevindingen van lokale projectleiders en samenwerkingspartners van de Sportimpulsprojecten. Waar in de vorige rapportage (Cevaal & Van der Sluis, 2013) de bevindingen en resultaten van projecten uit de eerste ronde centraal stonden, is in dit onderzoek informatie van projecten uit de eerste en tweede ronde verzameld, inclusief informatie over projecten die binnen de regeling ‘Kinderen Sportief op Gewicht’ (KSG) vallen. De data zijn verzameld met semigestructureerde interviews (face-to-face en telefonisch). Daarvoor zijn projectleiders en samenwerkingspartners van 25 Sportimpulsprojecten uit de eerste en tweede ronde (respectievelijk 10 en 15) benaderd.

Klik hier voor de conclusies en verbetersuggesties van het verdiepingsonderzoek Sportimpuls 2014 (pdf).

Lees hier de volledige rapportage van het verdiepingsonderzoek Sportimpuls 2014 (pdf).

Klik hier voor meer informatie over het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ en hier voor het nieuwsbericht over de verdiepingsonderzoeken Buurtsportcoaches en Sportimpuls op de site van Sport en Bewegen in de Buurt.

Lees hier de Voortgangsbrief programma Sport en Bewegen in de Buurt van het ministerie van VWS (21 oktober 2014).