Jongeren sporten steeds minder, ouderen juist vaker

65-plussers zijn de afgelopen jaren steeds meer wekelijks gaan sporten. 40 procent van de 65-plussers deed van 2013 tot 2016 aan sport (van 2001 tot 2004: 30 procent). Hoewel jongeren van 12 tot 20 jaar nog steeds tot de sportiefste Nederlanders horen, is hun deelname sinds 2001 met 7 procent teruggelopen.

Dit blijkt uit een factsheet van het Mulier Instituut waarin de ontwikkeling in de wekelijkse sportdeelname naar leeftijd onder 12- tot 80-jarigen over de afgelopen zestien jaar is beschreven.

Waar in de periode 2001-2004 78 procent van de jongeren wekelijks sportte, is dat in de periode 2013-2016 afgenomen tot 71 procent. Het is onduidelijk wat de redenen hiervoor zijn. Een sterke toename van bijbanen kon niet worden aangetoond. Mogelijk is de opkomst van sociale media van invloed op de sportdeelname, maar ook dit is nog niet onomstotelijk aangetoond.

Een verklaring voor de stijgende sportdeelname bij ouderen is dat de nieuwste generaties ouderen, in tegenstelling tot voorgaande generaties, met sport zijn opgegroeid. Daarnaast neemt bij ouderen het opleidingsniveau toe. Uit eerdere onderzoeken weten we dat een hoger opleidingsniveau van invloed is op de sportdeelname.

De deelnamecijfers bij de leeftijdsgroep 20 tot 65 jaar zijn relatief stabiel. Zoals valt te verwachten daalt de sportdeelname naarmate men ouder wordt.

Klik hier voor het factsheet 2017/15 Ontwikkeling sportdeelname naar leeftijd.

Neem voor meer informatie contact op met Remko van den Dool.