Gegevens uit Bibliotheek

Sekse(on)gelijkheid in de sport. Een inventariserende studie naar deelname en waardering.

auteur(s):
Elling, A., Ginneken, Z.J.M.S. van
plaats:
Utrecht
uitgever:
Mulier Instituut
jaar:
2016
collatie:
34 p. bijl.
documenten:

Sekse(on)gelijkheid in de sport : een inventariserende studie naar deelname en waardering

samenvatting:

In Nederland is er vrijwel geen sekseonderscheid meer in de algemene deelname aan sportactiviteiten: jongens en meisjes, mannen en vrouwen doen ongeveer even veel aan sport (Tiessen-Raaphorst en Van den Dool, 2013). Ook in de topsport hebben Nederlandse vrouwen zich in het verleden, maar zeker sinds de succesvolle Olympische Spelen van Sydney 2000, duidelijk gemanifesteerd: zij zijn verantwoordelijk voor de meeste (gouden) olympische medailles. De media besteden ook aandacht aan deze succesvolle sportvrouwen. Zelfs het meisjes- en vrouwenvoetbal wordt steeds meer als ‘gewone’ sport beschouwd. Mede om deze redenen is sekse-ongelijkheid in de (top)sport geen actueel beleidsonderwerp binnen het huidige kabinetsbeleid en vindt, met uitzondering van uitsplitsing naar geslacht op algemene kernindicatoren, geen specifieke beleidsmonitoring op het gebied van gender en sport plaats. Betekent dit dat genderongelijkheid in de sport niet meer bestaat en er ook geen specifieke beleidsaandacht of nader onderzoek nodig is? Op grond van de resultaten van de voorliggende analyse, stellen de onderzoekers vast dat er zeker ook in de Nederlandse (top)sport veel positieve ontwikkelingen zijn en er steeds vaker sprake lijkt van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Tegelijkertijd kan worden geconcludeerd dat binnen de verenigingssport en topsport nog wel degelijk sprake is van genderongelijkheid, waarbij vooral mannen zich vaker in de meer geprivilegieerde posities bevinden, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin.

organisatie
plaatsingkenmerk
status
Mulier instituut
GEND-TB-0002
Beschikbaar
Mulier instituut
BIEB-418
Wordt niet uitgeleend