Gegevens uit Bibliotheek

Wie ziet zichzelf als sporter?. Factsheet.

auteur(s):
Werff, H. van der, Elling, A.
plaats:
Utrecht
uitgever:
Mulier Instituut
jaar:
2014
collatie:
4 p. fig.
documenten:

Wie ziet zichzelf als sporter? : factsheet

samenvatting:
Wanneer is iemand een sporter? In de literatuur worden verschillende definities gehanteerd. Vaak geldt een bepaald aantal keren sporten per jaar als criterium, waarbij het aantal keren sporten varieert (maandelijks, wekelijks). In hoeverre sluiten deze beleids- en onderzoeksmatige definities aan bij of mensen zichzelf als sporter zien? In dit factsheet wordt ingegaan op de vraag in welke mate mensen zichzelf als sporter beschouwen en waardoor dat beeld wordt bepaald. Voor de analyses is gebruik gemaakt van de gegevens van het onderzoek Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN 2006-20122, zie Dataverantwoording in dit document). Het komen tot een 'allesdekkende' en in onderzoek hanteerbare definitie is geen sinecure. Uit het onderzoek blijkt wel dat een definitie die alleen uitgaat van het aantal keren dat iemand sport te weinig aansluit bij het zelfbeeld een sporter te zijn en om die reden te beperkt is. Voor beleidsmakers die zich richten op het stimuleren van de algemene gezondheid zou een sterke focus op alleen sport een belangrijk deel van de doelgroep (bijv. ouderen, vrouwen) te kort doen en mogelijk zelfs afschrikkend werken bij stimuleringsacties. Door vaker te spreken van sport én bewegen zullen meer mensen zich aangesproken voelen.