Fitnessmonitor

De Nederlandse fitnesssector heeft de afgelopen vier decennia een enorme groei doorgemaakt. Zowel qua deelname als qua aanbod. Begin jaren tachtig werden de sportscholen met name bevolkt door mannelijke krachtsporters. Het was destijds een niche in de sportmarkt, die sterk gedomineerd werd door commerciële sportclubs met een niet altijd brandschoon imago. Eind jaren tachtig kwam er een ander publiek, mede dankzij de introductie van aerobics door fitnessgoeroe Jane Fonda. Naast de mannelijke ‘ijzerpompers’ wisten veel vrouwen – gekleed in fleurige pakjes en dito beenwarmers – dankzij het vernieuwende aerobicsaanbod de weg naar de sportschool te vinden. Het imago van de sportschool veranderde in positieve zin. 

Het Mulier Instituut heeft de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar fitness en beschikt inmiddels over brede kennis op dit gebied. In sommige projecten is fitness één van de onderzoeksonderwerpen (zoals bij onderzoek naar deelname aan takken van sport en imago’s van sporten). In andere gevallen is een project fitnessspecifiek. In de tabbladen zijn de fitnessspecifieke onderzoeksprojecten beschreven. 

Het Mulier Instituut maakt zich sterk voor structureel onderzoek naar fitness, in samenwerking met branchepartijen. Een internationale (Europese) focus is hierbij gewenst. 

Aanleiding: goede marktinformatie ontbreekt

Tot 2008 waren er in Nederland weinig representatieve gegevens beschikbaar over het aantal fitnesscentra, hun activiteiten en het aantal actieve beoefenaren van fitness. Omdat de fitnessbranche van grote betekenis is voor de Nederlandse sportsector heeft het Mulier Instituut in opdracht van het Ministerie van VWS hiernaar onderzoek uitgevoerd. Dit was een uitdaging vanwege het pionierswerk dat erbij kwam kijken. Er is nauw samengewerkt met The Leisure Database Company, de Sports and Leisure Group, brancheorganisatie Fit!vak en serviceorganisatie EFAA.

Waarom is een fitnessmonitor van belang?

De deelname aan fitness is erg hoog, in veel gemeenten is het zelfs de meest beoefende sport. Fitness wordt daarmee een steeds belangrijkere partij voor het sportbeleid. Als de overheid de sportparticipatie wil stimuleren, bijvoorbeeld om overgewicht tegen te gaan, kunnen fitnesscentra hierin een grote rol spelen. Ze zijn vaak midden in woonwijken gelegen, altijd geopend, en bieden een variatie aan trainingsmogelijkheden voor alle leeftijden. Terwijl ze steeds meer mensen bereikten, ook jeugdigen, waren fitnesscentra als potentiële beleidspartners ook bij gemeenten op dat moment nog nauwelijks in beeld. Met het oog op de ontwikkeling van het sportbeleid van rijk en gemeenten was een beter inzicht in de ontwikkeling van de fitnessbranche uitermate nuttig. Daarom was van belang dat er betrouwbare data boven tafel kwamen over fitnessbeoefening en -activiteiten in Nederland.

Ook vanuit de fitnessaanbieders zelf bestond grote behoefte aan een betrouwbare inventarisatie van het fitnessaanbod. De enorme groei van het aantal fitnesscentra in de jaren negentig leek immers voorbij. De komende jaren wordt een heftigere concurrentie tussen de aanbieders verwacht. Binnen de fitnessbranche groeide het besef dat actuele en juiste informatie over de fitnessmarkt voor de toekomstkansen van groot belang is. Klantenbinding, specialisatie naar een bepaalde doelgroep en benchmarking zullen voor fitnessaanbieders de komende jaren middelen worden om hun positie in de markt vast te houden.

Vragenlijst

De fitnessondernemers is gevraagd om een vragenlijst in te vullen. In de vragenlijst kwamen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:

  • Aantal leden
  • Aantal medewerkers
  • Aantal ruimtes
  • Aantal cardio-/en krachttoestellen
  • Aard van de groepslessen
  • Aanwezigheid overige voorzieningen (zwembad, sauna, zonnebanken, horeca e.d.)

De vragenlijst was opgebouwd in de vorm van een webenquête. Het was ook mogelijk de vragenlijst op papier in te vullen. Aanvullend op de webenquête heeft het Mulier Instituut telefonisch contact met de fitnessondernemers gezocht over ontbrekende of onduidelijke gegevens.

Publicatie

Klik hier om de publicatie bij uitgever Arko Sports Media te bestellen.

Fitnesscentra leggen te weinig nadruk op het behoud van klanten, dat blijkt uit het rapport Inzetten op klantenbehoud loont! Terwijl de uitval van klanten zowel vanuit bedrijfsmatig, persoonlijk als maatschappelijk opzicht onwenselijk is, vertrekt jaarlijks gemiddeld een vijfde van het totale klantenbestand bij fitnesscentra. Fitnessondernemers weten vaak niet hoeveel leden er uitvallen, er is weinig interactie met leden en er wordt nauwelijks aandacht besteed aan potentiële afhakers.

In tegenstelling tot de Angelsaksische landen, waar fitness zich eerder ontwikkelde dan in Nederland, is er in Nederland weinig informatie beschikbaar over de fitnessbranche. Daarom nam het Mulier Instituut in samenwerking met EFAA het initiatief tot de fitnessmonitor. De rapportages zijn onder andere bruikbaar voor marktvergelijking, productontwikkeling en benchmarking. Een onderzoek naar klantenbehoud had, in tegenstelling tot de eerder genoemde landen, nog niet plaatsgevonden.

De focus van fitnesscentra ligt traditioneel op de actieve verkoop. Maar ondanks het feit dat gemiddeld maandelijks ruim veertig klanten worden ingeschreven, vertrekken er ook weer zo veel klanten dat maar een maandelijkse netto ledengroei van één procent overblijft. De rest verdwijnt via de draaideur weer. Het verlies van klanten kost fitnesscentra gezamenlijk 180 miljoen euro omzet per jaar. Ook de overige branchegegevens en -verwachtingen zijn niet geruststellend te noemen. Zo beoordeelt ruim een derde van alle centra het (verwachte) rendement over 2008 als onvoldoende.

Waar bijna de helft van alle verenigingen in Nederland een speerpunt heeft gemaakt van ledenbehoud (Verenigingsmonitor 2008), zegt slechts 6,5 procent van alle fitnesscentra de meeste aandacht te besteden aan potentiële afhakers. Dit heeft gevolgen voor de retentiegraad. In 2007 wist slechts een derde van alle fitnesscentra meer dan tachtig procent van haar ledenbestand te behouden, in 2008 liep dat percentage zelfs iets terug.

Sommige typen centra doen het overigens duidelijk beter dan anderen; de medische en fysio fitnesscentra laten de beste cijfers zien. In 2008 steeg de instroom bij deze centra met bijna veertig procent, terwijl de uitstroom met slechts 0,4 procent steeg. De multifunctionele centra (centra met balsportvoorziening en/of zwembad) deden het daarentegen het minst goed. De gemiddelde uitstroom steeg in 2008 even snel als de instroom. De vergelijking tussen goedkope en dure centra lijkt iets in het voordeel te zijn van de goedkope centra.

Inzetten op klantenbehoud loont! gaat in op de kengetallen en statistieken die spelen rondom klantenbehoud, bespreekt de oorzaken en gevolgen van (de afwezigheid) van uitvalbeperkend beleid bij fitnesscentra en geeft praktische tips en aanbevelingen voor zowel de fitnessondernemer als de fitnessers.

Titel: Inzetten op klantenbehoud loont!

Auteurs: Jo Lucassen en Jan-Willem van der Roest

Productie: Arko Sports Media / W.J.H. Mulier Instituut / EFAA

ISBN: 978-90-5472-110-9

Omvang: 42 pagina’s

Bestellen: Het boek is te bestellen via Arko Sports Media door een e-mail te sturen (o.v.v. naam, adresgegevens en titel). Het boek kost €12,50 (excl. BTW, administratie- en verzendkosten).

In 2008 is de publicatie Fitter, Harder & Mooier. De onweerstaanbare opkomst van de fitnesscultuur verschenen.

Het boek behandelt diverse varianten van de hedendaagse fitnesscultuur en traceert de tegenwoordig zo uitbundig uitgestalde lichaamsidealen. Het geeft antwoord op uiteenlopende vragen als: Wat waren de negentiende-eeuwse voorlopers van hedendaagse fitnessapparaten? Wie waren de eerste bodybuilders en ‘fitnesspioniers’? Hoe is de enorme opmars van het hardlopen tegen het einde van de twintigste eeuw te verklaren? Waarom liepen vrouwen daarbij achter? Hoe nieuw en hip de fitnessrage ook lijkt, bij nader inzien is het een voortzetting van tal van oudere vormen van lichaamsoefening, die al sinds het begin van de negentiende eeuw zijn waar te nemen. De onderzoekers hebben de wortels van de moderne fitnesscultuur bestudeerd en geprobeerd een verklaring te geven voor de aard van de moderne varianten die daaruit zijn voortgekomen.

Dit boek is toegankelijk voor een breed publiek met interesse in de historische en sociaal-culturele achtergronden van fitness, sport en lichamelijke opvoeding.

Titel: Fitter, harder & mooier

Auteurs: Ruud Stokvis en Ivo van Hilvoorde

Uitgever: De Arbeiderspers

ISBN: 978-90-295-6591-2

Omvang: 272 pagina's

Uitvoering: Paperback

Prijs: € 21.95

Dit trendrapport schetst een beeld van de vraag- en aanbodzijde van de Nederlandse fitnessbranche in 2012. De laatste keer dat dit gebeurde was in 2008. Voor dit rapport is vooral gebruikgemaakt van een keur aan bestaand cijfermateriaal van onder andere CBS, SCP, TNO en het Mulier Instituut. Daarnaast hebben meerdere professionals met kennis van de fitnesssector thematische hoofdstukken samengesteld. Het rapport is een initiatief van het Mulier Instituut.

De afgelopen decennia werd de ontwikkeling van de fitnessbranche gekenmerkt door groei, zowel qua aanbod als qua deelname. Deze opmars hangt samen met het toegenomen gezondheidsbewustzijn en de maatschappelijke waardering voor een jong en slank voorkomen. Inmiddels is de fitnessbranche een groot en betekenisvol segment binnen de Nederlandse sportwereld geworden. Dat de fitnessbranche kan bijdragen aan het realiseren van beleidsdoelen van het Ministerie van VWS en NOC*NSF is illustratief voor de sterke positie die de branche heeft weten te verwerven.

Gelijktijdig wordt geconstateerd dat de deelname aan fitness stabiliseert, de groei van het aanbod afvlakt, concurrentie verhevigt en de druk op de omzet toeneemt. Fitnessondernemers staan voor uitdagingen, zoals het verhogen van de retentie, het structureel investeren in de kwaliteit van personeel en het aanscherpen van de positionering. Daarnaast gloren er kansen wanneer de branche haar kwaliteiten benut, bijvoorbeeld door het breder inzetten van de beweegexpertise van fitnessondernemers bij sportverenigingen, scholen en welzijnsorganisaties. Hoewel er offers gebracht zullen gaan worden, lijkt er een rooskleurige toekomst voor de branche te lonken.

Het Trendrapport Fitnessbranche 2012 is een initiatief van het Mulier Instituut. Het rapport schetst een actueel beeld van de vraag- en aanbodzijde van de Nederlandse fitnessbranche. Deze marktschets is waardevol omdat de branche als gesprekspartner van de Rijksoverheid en NOC*NSF de verantwoordelijkheid draagt om aan de buitenwereld uit te leggen waar de branche voor staat. Voor het rapport is gebruikgemaakt van een keur aan bestaand cijfermateriaal. Daarnaast hebben meerdere professionals met kennis van de fitnesssector thematische hoofdstukken samengesteld. De combinatie van nieuwe cijfers, ondernemerstips en een internationaal perspectief maakt dit boek interessant voor ondernemers, beleidsmakers, onderzoekers en marketeers in de Nederlandse sport- en fitnessbranche.

Klik hier voor een samenvatting van het trendrapport en hier voor de volledige pdf. Klik hier om het Trendrapport Fitness 2012 te bestellen.

cover fitness

 

Bent u op zoek naar informatie over de fitnessbranche die nog niet is beschreven in een publicatie van het Mulier Instituut? U kunt vrijblijvend contact met ons opnemen. Wij zijn u graag van dienst!