Verenigingsmonitor/-panel

Achtergrond panel

De ontwikkelingen in de sport staan geen moment stil. Om de belangen van de sportsector op een adequate wijze te kunnen behartigen, is het van groot belang om goed op de hoogte te blijven van al die ontwikkelingen. Actuele en betrouwbare informatie over het reilen en zeilen van de duizenden sportverenigingen die ons land telt, is in dat verband onmisbaar.

Oprichting

Het Verenigingspanel is eind 1998, toen nog onder de naam sportpanel, in opdracht van NOC*NSF door het Mulier Instituut (voorheen bureau Diopter - Janssens & Van Bottenburg bv) samengesteld uit 250 sportverenigingen. Deze beoefenen verschillende takken van sport en zijn afkomstig uit gemeenten verspreid over heel Nederland. In het panel zijn allerlei categorieën naar evenredigheid vertegenwoordigd: grote en kleine verenigingen, clubs met teamsporten en (semi-) individuele sporten, clubs gevestigd in kleine en grote gemeenten, et cetera. Het panel is daarmee representatief voor de georganiseerde breedtesport in Nederland.

De deelnemende verenigingen

De inmiddels bijna 1.200 deelnemende verenigingen worden jaarlijks 1 à 2 keer ondervraagd. Ten eerste ontvangen de verenigingen jaarlijks de zogenaamde Verenigingsmonitor, een vragenlijst waarmee een goed beeld wordt geschetst van de Nederlandse sportvereniging in al haar facetten (leden, kader, activiteiten, financiën) en ontwikkelingen worden gevolgd. Daarnaast vindt er vrijwel ieder jaar een thematisch onderzoek plaats. In 2005 is er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar sportverenigingen en accommodaties. Naar aanleiding van specifieke beleidskwesties en overheidsmaatregelen worden verenigingen tevens incidenteel gevraagd om over bepaalde zaken hun licht te laten schijnen. Verenigingen kunnen zowel schriftelijk, telefonisch als per e-mail worden benaderd voor onderzoeken.

Gegevensverzameling

Het is enerzijds van belang om verenigingen regelmatig te raadplegen met het oog op beleidsvorming en -analyse in de sportsector. Zonder landelijke cijfers over het sportverenigingsleven is het lastig voor overheid en sportkoepels en -bonden om beleid te maken en uit te voeren. Anderzijds is het verzamelen van gegevens van belang omdat deze gegevens een rol kunnen spelen bij de beoordeling van meer algemene beleidsmaatregelen die de sportsector raken. Informatie verzameld met het panel kan van pas komen bij de voorbereiding en beoordeling van beleidsmaatregelen, maar ook bij beleidsoverwegingen en -evaluaties. Het panel is in de afgelopen jaren in dit opzicht benut om informatie te verzamelen ten behoeve van beleidsvorming rond sportgezondheidszorg, rookbeleid, sociale hygiëne, seksuele intimidatie, accommodatiebeleid en kaderbeleid bij sportverenigingen.

De ontwikkelingen rondom het Verenigingspanel staan niet stil. Sinds januari 2005 wordt de Verenigingsmonitor jaarlijks in de vorm van een webenquête afgenomen. De verenigingen die niet over internet beschikken, ontvangen de monitor per post.

Uniek correspondentienummer

Iedere vereniging heeft een uniek correspondentienummer. Dit nummer staat vermeld op alle vragenlijsten en correspondentie die de vereniging ontvangt. Via het nummer kunnen nieuwe gegevens over de vereniging gekoppeld worden aan eerder verzamelde variabelen. Hierdoor kan de omvang van vragenlijsten beperkt blijven en kunnen ook ontwikkelingen in de tijd worden gevolgd.

Vertrouwelijke gegevens

Met alle gegevens die worden verzameld, wordt zorgvuldig omgegaan. De wettelijke bepalingen met betrekking tot persoonsregistratie worden strikt toegepast. De informatie die wordt verstrekt, wordt verwerkt in statistische overzichten en algemene beschrijvingen. Anonimiteit is derhalve gegarandeerd. De adresgegevens en dergelijke worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van het Verenigingspanel. Het panel zal niet worden ingezet voor commerciële doeleinden. Alle deelnemende verenigingen worden periodiek op de hoogte gehouden van de belangrijkste onderzoeksresultaten.

Nieuws

Aanbod 'gezonde' producten in sportkantine nog beperkt

Over het algemeen wordt  in sportkantines een hoger aantal ‘minder gezonde’ producten (72% van het assortiment) aangeboden dan ‘gezonde’ producten (28% van het assortiment). Tweederde van de kantines heeft een assortiment dat voor 20 tot 40 procent uit gezonde producten bestaat. Het betreft louter het aanbod, niet de verdeling van de verkoop.  Dit blijkt uit een onderzoek dat door het Mulier Instituut is uitgevoerd bij de verenigingen van het verenigingspanel in opdracht van het Ministerie van VWS.

De producten die in de meeste sportkantines worden aangeboden zijn: koffie/thee, light frisdranken, bronwater, (zwak) alcoholische dranken, gesuikerde frisdranken, sportdranken (zoals AA-drink) en chips. Daarvan behoren slechts 2 producten (bronwater en light frisdranken) tot de ‘gezondere’ producten.

Koffie/thee, (zwak) alcoholische dranken en sportdranken (zoals AA-drink) zijn de producten waar de meeste vraag naar is. Naar etenswaren is veel minder vraag in sportkantines. In een overall top 10 van meeste gevraagde producten komen tosti’s en vervolgens friet op respectievelijk 7e  en 8e plek. De eerste zes plekken zijn voor dranken.

Volgens verenigingsbestuurders (43%) is er nauwelijks vraag naar ‘gezonde(re)’ producten in de kantine. Een kwart van de bestuurders geeft aan dat er soms vraag is naar ‘gezonde(re)’ producten.

De vraag is ook de belangrijkste reden waarom verenigingen niet echt geneigd zijn om het aanbod in de kantine ‘gezonder’ te maken. Zes procent van de verenigingen zou het aanbod in de kantine ‘gezonder’ willen maken. Naarmate verenigingsbestuurders het idee hebben dat er enigszins vraag is naar gezondere producten zijn zij ook meer bereid om het aanbod in de kantine ‘gezonder’ te maken.

Klik hier voor de rapportage Gezonde sportkantine? (pdf).

Voor vragen over dit rapport kunt u contact opnemen met  Janine van Kalmthout.

Dankzij maatschappelijke stage maken minstens 12.000 jongeren kennis met vrijwilligerswerk in de sport

Utrecht, 23 november 2011 - Jongeren assisteren bij paardrijles voor mensen met een verstandelijke beperking, organiseren een rolstoeltennistoernooi of assisteren bij een training van een sportvereniging. Dankzij de maatschappelijke stage in de sport hebben minstens 12.000 jongeren kennisgemaakt met vrijwilligerswerk in de sport. Volgens het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) hebben sportverenigingen nu ‘goud in handen’. Verenigingen hebben ervaren wat jongeren kunnen en willen. Ze hebben nu de kans om jonge mensen structureler als vrijwilliger te werven.

Uit onderzoek van het Mulier Instituut onder sportverenigingen blijkt dat veel sportverenigingen openstaan voor de maatschappelijke stages. Driekwart van de verenigingen is er van op de hoogte dat er in het schooljaar 2011-2012 een verplichte maatschappelijke stage wordt gelopen. Ruim de helft van de verenigingen staat hier ook voor open. Een derde van de clubs heeft het afgelopen jaar /jaren één of meer maatschappelijke stagiaires gehad. De belangrijkste reden voor verenigingen om geen stagiair te hebben is de aard van de vereniging (grootte, tak van sport, doelgroep, tijdstip van activiteiten). Verenigingen werken (nog) niet veel samen met andere partijen als het gaat om een maatschappelijke stage.

Klik hier voor het persbericht van NISB.

Klik hier om het rapport Maatschappelijke stage in de sportvereniging te downloaden (pdf).

Vrijwilligersvergoeding in sportverenigingen. NOC*NSF: "meer waardering voor vrijwilligerswerk"

's-Hertogenbosch, 21 oktober 2011 - De meerderheid van de sportverenigingen die nu al werkt met een onbelaste vrijwilligersvergoeding acht een verhoging van deze vergoeding zeer wenselijk. Lang niet alle sportverenigingen willen of kunnen hun vrijwilligers een vergoeding bieden. Maar de sportverenigingen die wel met een vrijwilligersvergoeding werken, zijn beduidend vaker breder maatschappelijk actief. Ze doen meer aan (jeugd)sportstimuleringsprojecten en besteden meer aandacht aan onder meer integratie van minderheden en een gezonde leefstijl. Ook werken verenigingen met vrijwilligersvergoeding vaker dan verenigingen zonder vergoeding, samen met scholen, organisaties voor naschoolse of buitenschoolse opvang en andere maatschappelijke organisaties.

NOC*NSF overhandigde op 21 oktober tijdens het NOV-congres 2011 haar oproep om de waardering voor het vrijwilligerswerk om te zetten in actie, aan staatsecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten.

Klik hier voor de rapportage Vrijwilligersvergoeding in sportverenigingen (pdf).

Klik hier voor het persbericht van NOC*NSF.

Sportverenigingen in financiële problemen?

's-Hertogenbosch, 7 oktober 2011 - Op 10 december berichtte de NOS dat sportverenigingen lijden onder de crisis. "Sportverenigingen voelen in toenemende mate de gevolgen van de economische crisis. Gemeenten verhogen de zaal- en veldhuur en sponsors trekken zich terug. Daardoor moeten veel verenigingen zelf voor het onderhoud zorgen en gaat de contributie omhoog." (zie: NOS, 10 december 2011)

Het Mulier Instituut doet al jaren landelijk onderzoek naar sportverenigingen waarin ook gekeken wordt naar hun financiële positie. Hieruit blijkt:

  • Dat de financiële positie van verenigingen de laatste jaren niet veel is veranderd.
  • Er sinds 2005 iets meer verenigingen aangeven in een minder gezonde financiële positie te verkeren. Maar nog altijd beschrijft meer dan 60 procent de positie als (zeer) gezond. (zie grafiek)
  • 60 procent van de verenigingen spreekt over een jaarlijks positief resultaat. De helft heeft altijd ruimte binnen de begroting voor onverwachte uitgaven.
  • Voor tweevijfde van de verenigingen behoren de financiën tot de drie belangrijkste knelpunten. Sinds 2005 zijn de zorgen van verenigingen over de financiën wel wat toegenomen (37% in 2005 en 43% in 2010). Voor een tiende van de verenigingen is het belangrijkste knelpunt in 2010.

De resultaten schetsen niet direct het beeld van grote financiële problemen bij de verenigingen. Maar mogelijk wel wat verschuivingen die de komende jaren zouden kunnen doorzetten, gezien de tarieven- en subsidiediscussies bij de gemeenten en de financiële ontwikkelingen nationaal. Blijven monitoren van de financiële positie van verenigingen blijkt en blijft een aandachtspunt.

De sportvereniging: een organisatie gebaseerd op vrijwilligheid die in staat moet worden geacht om ' tradities' en 'ambities' succesvol te kunnen verbinden

's-Hertogenbosch, 5 oktober 2011 - Over de veranderingen die de sport heden ten dage doormaakt en de gevolgen daarvan voor de aard en het karakter van sportverenigingen, wordt veel gediscussieerd en vaak gespeculeerd. Dat laatste heeft vooral te maken met het ontbreken van relevant en praktijkgericht onderzoek.

In het kader van het Meerjaren onderzoeksprogramma 2007-2010 van het Mulier Instituut is samen met de Universiteit Utrecht een omvangrijk onderzoeksproject uitgevoerd waarbij sportverenigingen en hun veranderingsvermogen centraal hebben gestaan.

Voor dit project zijn verschillende (deel)onderzoeken uitgevoerd. Studies gebaseerd op literatuur en secundaire bronnen, maar er is ook veel nieuw empirisch materiaal verzameld bij verenigingen door middel van vragenlijsten en interviews. Er is veel gebruik gemaakt van de onderzoeken bij het Verenigingspanel.

De resultaten van al die onderzoeksinspanningen staan beschreven in deze publicatie. Daarmee wordt een unieke state of the art van de sportvereniging gepresenteerd. In de bijdragen worden onderzoek, beleid en praktijk met elkaar geconfronteerd.

Dat leidt tot een genuanceerd beeld van de sportvereniging anno nu. Een organisatie gebaseerd op vrijwilligheid die in staat moet worden geacht om ‘tradities’ en ‘ambities’ succesvol te kunnen verbinden.

Hieronder kunnen enkele hoofdstukken worden gedownload in pdf.


Klik hier om Sportverenigingen: tussen tradities en ambities te bestellen bij Arko Sports Media.

Klik hier om de factsheet te downloaden (pdf).

Klik hier om het persbericht te downloaden (pdf).

Nieuwe verenigingen altijd welkom in het Verenigingspanel

's-Hertogenbosch, 20 juli 2011 - Om het Verenigingspanel op peil te houden c.q. uit te breiden is het Mulier Instituut altijd op zoek naar nieuwe geïnteresseerde verenigingen. Dus, mocht u interesse hebben in deelname aan het panel, dan bent u altijd welkom.

U kunt hier de informatiebrief en de flyer van het Verenigingspanel downloaden. Mocht u zich willen inschrijven, dan kunt u hier het inschrijfformulier downloaden. U kunt het ingevulde inschrijfformulier mailen naar verenigingspanel@mulierinstituut.nl.

De Verenigingsmonitor

De Verenigingsmonitor is een uitgebreide vragenlijst die wordt verspreid onder de verenigingen van het Verenigingspanel. Dit panel staat model voor de bijna 29.000 sportverenigingen die Nederland telt. De Verenigingsmonitor wordt uitgevoerd door het W.J.H. Mulier Instituut in opdracht van NOC*NSF en met steun van het ministerie van VWS.

In de vragenlijst komen verschillende aspecten van het functioneren van een vereniging aan bod:

  • Algemene kenmerken: tak van sport, omvang, regio, aansluiting bij bond en/of koepel, eigen sportaccommodatie en/of kantine;
  • Leden en activiteiten: samenstelling ledenbestand (leeftijd, geslacht, etniciteit, sporters met een handicap), ledenverloop, ledenverwerving en activiteiten;
  • Bestuur en beleid: samenstelling bestuur (aantal bestuursleden, leeftijd, zittingsduur, geslacht en etniciteit, functie), grootste zorgen in de vereniging, beleidsvoering (beleidsplannen, prioriteiten, informatiebronnen);
  • Kader: vrijwilligers, vergoedingen en salarissen en professionalisering;
  • Externe contacten, adviezen en ondersteuning, samenwerking;
  • Financiën: contributies, financiële positie;
  • Sport en gezondheid: sociale hygiëne, hygiënecode.


Dit zijn de onderwerpen die terugkeren in vaste vraagstellingen. Naast deze vragen zijn er ook wisselende vragen die om de twee of drie jaar worden gesteld, bijvoorbeeld vragen over de verhouding recreatie-/prestatiesporters, zorgvoorzieningen in de vereniging, onderzoek, arbeidsomstandigheden of sportstimulering.

De Verenigingsmonitor wordt door middel van een webenquête aangeboden. De verenigingen die niet over internet beschikken, ontvangen een schriftelijke vragenlijst.

Resultaten

Jaarlijks verschijnt er een rapport met de resultaten van de Verenigingsmonitor. Deze rapportage presenteert de stand van zaken en de ontwikkelingen in de Nederlandse sportverenigingen. Door de jaarlijkse herhaling van onderzoeksinspanningen en het gebruik van uniforme vragen en begrippen kunnen longitudinale ontwikkelingen duidelijk in kaart worden gebracht. De grootste gemene delers fungeren als kengetallen. Dit resulteerde onder andere in de trendrapportage Sportverenigingen 2000-2005: stabiele sportverbanden in turbulente tijden.

Verenigingsmonitor 2011

De verenigingsmonitor 2011 heeft dezelfde opzet als de monitor van 2009. De vragenlijst bestaat uit drie delen. De deel 1 bevat de jaarlijkse vragen van de Verenigingsmonitor-basis. Deel 2 bestaat uit een drietal thema's: maatschappelijke stage, sport en discriminatie en sport en gezondheid. In deel 3 komen meer algemene (beleids)aandachtspunten binnen de vereniging aan de orde.

De dataverzameling is afgerond. Resultaten van de monitor worden op de website gepubliceerd (verwachting in de loop van 2012).

Verenigingsmonitor 2009 Basis en Thema

In 2009 is de Verenigingsmonitor anders opgezet. In overleg met NOC*NSF is gekozen om een korte Verenigingsmonitor basislijst te ontwikkelen, de Verenigingsmonitor-basis. De korte lijst bestaat uit een tiental basisvragen uit de uitgebreide vragenlijst van de Verenigingsmonitor. Deze Verenigingsmonitor-basis wordt jaarlijks in het najaar aan de verenigingen van het Verenigingspanel voorgelegd.

U kunt de rapportage Verenigingsmonitor 2009 Basis hier downloaden.

Naast deze Verenigingsmonitor-basis worden er jaarlijks één of meer thematische onderzoeken uitgezet bij het Verenigingspanel. In het najaar van 2009 zijn de thema's: impact van de economische recessie in de sportvereniging (in opdracht van NOC*NSF) en de maatschappelijke rol van sportverenigingen (in opdracht van het ministerie van VWS). De Recessiepeiling is een herhaling van het onderzoek aan het begin van 2009. U kunt de rapportage Tussen veerkracht en vrees hier downloaden.

De totale vragenlijst is korter en eenvoudiger in te vullen dan de volledige Verenigingsmonitor. Voor de complete vragenlijst van de Verenigingsmonitor 2009 Thema klik hier.

Verenigingsmonitor 2008

Voor de vragenlijst van de Verenigingsmonitor 2008 klik hier.

Inmiddels is de rapportage van de Verenigingsmonitor 2008 verschenen. De titel luidt: Verenigingsmonitor 2008. De stand van zaken bij sportverenigingen. Klik hier om het complete rapport in pdf formaat te downloaden.

De lokale Verenigingsmonitor

Klik hier om de flyer van de Lokale Verenigingsmonitor te downloaden.

Lokale verenigingsmonitor Haarlem 2012

Utrecht, 15 mei 2012 - De gemeente Haarlem heeft in 2008 een Sportverenigingsmonitor uitgevoerd. Dit onderzoek krijgt een vervolg door de uitvoering van de lokale vereniginsmonitor Haarlem 2012. In het verenigingsonderzoek uit 2008 is ook gebruik gemaakt van vraagstellingen uit de verenigingsmonitor zodat vergelijking tussen 2008 en 2012 mogelijk wordt. Daarmee vormt de basismodule van de Lokale Verenigingsmonitor van het Mulier Instituut het uitgangspunt voor de lokale verenigingsmonitor Haarlem. 

De Haarlemse verenigingsmonitor wordt uitgebreid met vragen uit het eerdere verenigingsonderzoek en een vragenblok met meer actuele onderwerpen (o.a. maatschappelijke stages). Voor de vergelijking met de lokale gegevens in 2008 wordt samengewerkt met de afdeling onderzoek en statistiek van de gemeente Haarlem zodat de juiste vergelijking wordt gepresenteerd.

Het onderzoek start in mei 2012 en de rapportage wordt verwacht in de zomer van 2012.

Verenigingsmonitor Schiedam 2012

Utrecht, 15 mei 2012 - De gemeente Schiedam heeft in de kadernota “Een leven lang sporten en bewegen” doelstellingen geformuleerd voor sport en bewegen. Om de doelstellingen te bereiken is een belangrijke rol weggelegd voor de Schiedamse sportverenigingen. De verenigingen worden gezien als belangrijke partners in de uitvoering van het sportbeleid. Daarnaast zijn sportverenigingen de hoofdgebruikers van gemeentelijke sportaccommodaties.

De gemeente wil in Schiedam komen tot hoogwaardige, goed geoutilleerd, multifunctionele sportparken die optimaal gebruikt worden. Voor een efficiënt en effectief gebruik van deze Sportparken van de Toekomst is een belangrijke rol voor de sportvereniging weggelegd. Daarom heeft de gemeente een visie ontwikkeld op het functioneren van sportverenigingen. Die visie is ingevuld aan de hand van het begrip ‘vitale vereniging’. Door middel van de verenigingsmonitor wordt inzicht verkregen in de vitaliteitsaspecten die door de gemeente in haar visie zijn gedefinieerd en uitgewerkt.

De bestaande vragen uit de verenigingsmonitor van het Mulier Instituut worden aangevuld met meer specifieke vragen gericht op vitaliteitsaspecten zoals die door de gemeente zijn gedefinieerd. De vragenlijst wordt zo opgebouwd dat de mogelijkheid bestaat om een ‘Schiedamse’ vitaliteitsindex te ontwikkelen. In een apart hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten beknopt weergegeven. Er wordt een overzichtstabel gemaakt met de scores op de enkelvoudige vitaliteitsaspecten per vereniging.

Het onderzoek start in mei 2012 en de rapportage wordt verwacht in de zomer van 2012.

Verenigingsmonitor levert bouwstenen voor vitaliteit Arnhemse sportverenigingen

's-Hertogenbosch, 26 april 2011 - Sportbedrijf Arnhem heeft zich, met verenigingsondersteuning, ten doel gesteld dat eind 2014 tien procent van alle Arnhemse sportverenigingen als vitaal kunnen worden aangemerkt met een goed sportaanbod voor elke doelgroep uit de Arnhemse samenleving. Eén van de speerpunten om dit doel te bereiken, betreft het in kaart brengen van de vitaliteit van de sportverenigingen in Arnhem. Hiervoor heeft men gebruik gemaakt van de Lokale verenigingsmonitor die door het Mulier Instituut is ontwikkeld en uitgevoerd.

Download de rapportage Verenigingsmonitor Arnhem 2010 (pdf).

Verenigingsmonitor uitgangspunt sportbeleid Eindhoven en Venlo

's-Hertogenbosch, 2010 - In de gemeenten Eindhoven en Venlo heeft het Mulier Instituut door middel van de Verenigingsmonitor de stand van zaken van de lokale sportverenigingen in beeld gebracht. Zowel in Eindhoven als in Venlo worden het behoud en werven van leden en (vrijwillig) kader als belangrijkste knelpunten benoemd door de sportverenigingen. Waar de clubbestuurders in Venlo vooral hun bezorgdheid uiten met betrekking tot de aanwezigheid van voldoende kader, maken de verenigingen in Eindhoven zich iets meer zorgen over de financiën dan in Venlo. De ondersteuningsbehoefte van de verenigingen in Venlo is dan ook naast ledenwerving meer gericht op de werving/selectie van vrijwilligers. Terwijl in Eindhoven meer behoefte is aan ondersteuning bij het werven van sponsors/adverteerders.

Download de rapportage Vitaliteit sportverenigingen Eindhoven (pdf).

Download de rapportage Verenigingsmonitor 2010 Venlo (pdf).

Verenigingsmonitor Maarssen 2010: aandacht voor betaalbaarheid en beschikbaarheid binnensportaccommodaties

's-Hertogenbosch, 6 juli 2010 - Het verdient de aanbeveling om in de verdere ontwikkeling van het accommodatiebeleid binnen de gemeente Maarssen specifieke aandacht te hebben voor de betaalbaarheid en beschikbaarheid van de binnensportaccommodaties en de sociale veiligheid van de buitensportaccommodaties. Dit is één van de uitkomsten van de Verenigingsmonitor Maarssen 2010.

Download Verenigingsmonitor Maarssen 2010. Resultatenrapport (pdf).

Gemeente Tilburg aan de slag met resultaten verenigingsmonitor 2009

's-Hertogenbosch, 25 februari 2010 - In 2009 heeft het Mulier Instituut in opdracht van de gemeente Tilburg een verenigingsmonitor uitgevoerd. Doel was om te onderzoeken in hoeverre Tilburgse sportverenigingen in staat zijn om een bijdrage te leveren aan maatschappelijke doelen en in hoeverre zij zich door de gemeente ondersteund voelen in die taak. De verenigingsmonitor heeft ook de stand van zaken bij Tilburgse sportverenigingen op verschillende onderwerpen in kaart gebracht, zoals bekendheid met en gebruik van subsidies, gebruik en betaalbaarheid accommodaties, organisatie en beleid, ambities en samenstelling ledenbestand. Een groot deel van de verenigingen is op de hoogte van de subsidiemogelijkheden en maakt er ook gebruik van. Tevens tonen de Tilburgse sportverenigingen zich maatschappelijk betrokken en nemen zij deel aan diverse maatschappelijke initiatieven van de gemeente.

Klik hier om het onderzoeksrapport Maatschappelijke rol sportverenigingen. Verenigingsmonitor Tilburg 2009 te downloaden

Overige onderzoeken

Naast de jaarlijkse Verenigingsmonitor voert het Mulier Instituut ook één tot twee keer per jaar andere onderzoeken uit onder het Verenigingspanel. Deze onderzoeken worden hieronder beschreven.

Aanbod 'gezonde' producten in sportkantine nog beperkt

Over het algemeen wordt  in sportkantines een hoger aantal ‘minder gezonde’ producten (72% van het assortiment) aangeboden dan ‘gezonde’ producten (28% van het assortiment). Tweederde van de kantines heeft een assortiment dat voor 20 tot 40 procent uit gezonde producten bestaat. Het betreft louter het aanbod, niet de verdeling van de verkoop.  Dit blijkt uit een onderzoek dat door het Mulier Instituut is uitgevoerd bij de verenigingen van het verenigingspanel in opdracht van het Ministerie van VWS.

De producten die in de meeste sportkantines worden aangeboden zijn: koffie/thee, light frisdranken, bronwater, (zwak) alcoholische dranken, gesuikerde frisdranken, sportdranken (zoals AA-drink) en chips. Daarvan behoren slechts 2 producten (bronwater en light frisdranken) tot de ‘gezondere’ producten.

Koffie/thee, (zwak) alcoholische dranken en sportdranken (zoals AA-drink) zijn de producten waar de meeste vraag naar is. Naar etenswaren is veel minder vraag in sportkantines. In een overall top 10 van meeste gevraagde producten komen tosti’s en vervolgens friet op respectievelijk 7e  en 8e plek. De eerste zes plekken zijn voor dranken.

Volgens verenigingsbestuurders (43%) is er nauwelijks vraag naar ‘gezonde(re)’ producten in de kantine. Een kwart van de bestuurders geeft aan dat er soms vraag is naar ‘gezonde(re)’ producten.

De vraag is ook de belangrijkste reden waarom verenigingen niet echt geneigd zijn om het aanbod in de kantine ‘gezonder’ te maken. Zes procent van de verenigingen zou het aanbod in de kantine ‘gezonder’ willen maken. Naarmate verenigingsbestuurders het idee hebben dat er enigszins vraag is naar gezondere producten zijn zij ook meer bereid om het aanbod in de kantine ‘gezonder’ te maken.

Klik hier voor de rapportage Gezonde sportkantine? (pdf).

Voor vragen over dit rapport kunt u contact opnemen met Janine van Kalmthout.

Behoeftenonderzoek microkredietregeling

Het Mulier Instituut voert, in opdracht van sportkoepel NOC*NSF, een behoeftenonderzoek naar een ‘microkredietregeling’ voor sportverenigingen uit. Met deze regeling kunnen sportverenigingen nieuwe kleinschalige initiatieven ontplooien.

Microkredieten staan bekend als een kleine lening voor kleine ondernemers in ontwikkelingslanden. Het doel is om de zelfredzaamheid te stimuleren. NOC*NSF onderzoekt nu of de introductie van een vergelijkbare regeling voor sportverenigingen in Nederland haalbaar is. Het doel van deze sportieve variant is om de sportdeelname te bevorderen.

Door middel van het onderzoek wordt inzicht verkregen in de behoefte van sportverenigingen aan een regeling en de invulling ervan. Het onderzoek moet antwoord geven op de volgende vragen:

  • In hoeverre is er bij sportverenigingen behoefte aan een ‘microkredietregeling’?
  • Indien er behoefte is, op welk vlak is dat dan (materialen, mensen, opleidingen et cetera)?
  • Indien er behoefte is, hoe dient de regeling dan te worden ingevuld?


De verenigingen van het Verenigingspanel worden bevraagd middels een webenquête. De ontwikkeling van de vragenlijst vindt plaats in samenspraak met NOC*NSF.

Het onderzoek start in januari 2012. De rapportage wordt verwacht in april 2012.

Dankzij maatschappelijke stage maken minstens 12.000 jongeren kennis met vrijwilligerswerk in de sport

Jongeren assisteren bij paardrijles voor mensen met een verstandelijke beperking, organiseren een rolstoeltennistoernooi of assisteren bij een training van een sportvereniging. Dankzij de maatschappelijke stage in de sport hebben minstens 12.000 jongeren kennisgemaakt met vrijwilligerswerk in de sport. Volgens het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) hebben sportverenigingen nu ‘goud in handen’. Verenigingen hebben ervaren wat jongeren kunnen en willen. Ze hebben nu de kans om jonge mensen structureler als vrijwilliger te werven.

Uit onderzoek van het Mulier Instituut onder sportverenigingen blijkt dat veel sportverenigingen openstaan voor de maatschappelijke stages. Driekwart van de verenigingen is er van op de hoogte dat er in het schooljaar 2011-2012 een verplichte maatschappelijke stage wordt gelopen. Ruim de helft van de verenigingen staat hier ook voor open. Een derde van de clubs heeft het afgelopen jaar /jaren één of meer maatschappelijke stagiaires gehad. De belangrijkste reden voor verenigingen om geen stagiair te hebben is de aard van de vereniging (grootte, tak van sport, doelgroep, tijdstip van activiteiten). Verenigingen werken (nog) niet veel samen met andere partijen als het gaat om een maatschappelijke stage.

Klik hier voor het persbericht van NISB.

Klik hier om het rapport Maatschappelijke stage in de sportvereniging te downloaden (pdf).

Vrijwilligersvergoeding in sportverenigingen. NOC*NSF: "meer waardering voor vrijwilligerswerk"

De meerderheid van de sportverenigingen die nu al werkt met een onbelaste vrijwilligersvergoeding acht een verhoging van deze vergoeding zeer wenselijk. Lang niet alle sportverenigingen willen of kunnen hun vrijwilligers een vergoeding bieden. Maar de sportverenigingen die wel met een vrijwilligersvergoeding werken, zijn beduidend vaker breder maatschappelijk actief. Ze doen meer aan (jeugd)sportstimuleringsprojecten en besteden meer aandacht aan onder meer integratie van minderheden en een gezonde leefstijl. Ook werken verenigingen met vrijwilligersvergoeding vaker dan verenigingen zonder vergoeding, samen met scholen, organisaties voor naschoolse of buitenschoolse opvang en andere maatschappelijke organisaties.

NOC*NSF overhandigde op 21 oktober tijdens het NOV-congres 2011 haar oproep om de waardering voor het vrijwilligerswerk om te zetten in actie, aan staatsecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten.

Klik hier voor de rapportage Vrijwilligersvergoeding in sportverenigingen (pdf).

Klik hier voor het persbericht van NOC*NSF.

Leren van elkaar: nieuwe en huidige vrijwilligers

Het ministerie van VWS wil met het project 'Leren van elkaar' laten verkennen hoe de sectoren sport, welzijn en zorg omgaan met de werving en het behoud van vrijwilligers. Waar liggen de verschillen en overeenkomsten tussen deze sectoren? Hoe en op welke punten kunnen zij van elkaar leren? Willen de sectoren van elkaar leren? En, zijn zij bereid om intersectoraal samen te werken? Met deze tussenrapportage naar aanleiding van de respons op een digitale vragenlijst die door een kleine 700 organisaties in sport, welzijn en zorg is ingevuld, bespreekt het Verwey-Jonker Instituut de eerste resultaten van het kwantitatieve onderzoek. Het Mulier Instituut leverde een bijdrage aan de dataverzameling: zij benaderde de sector sport via het Verenigingspanel.

U kunt de tussenrapportage Leren van elkaar: nieuwe en huidige vrijwilligers. Werving en behoud van vrijwilligers in volksgezondheid, welzijn en sport hier downloaden.

Veerkracht sportverenigingen vangt grootste klappen recessie op

Na de recessiepeiling van februari/maart 2009 heeft aan het einde van 2009 de vervolgmeting plaatsgevonden. Eind 2009 maakten meer verenigingen zich zorgen over hun financiën dan eind 2008. Verenigingen hebben echter op een creatieve wijze op veel posten weten te bezuinigen, om te compenseren voor de teruglopende inkomsten. Mede daardoor is er nog weinig bekend over verenigingen die daadwerkelijk 'omvallen'. Waakzaamheid is echter geboden om er voor te zorgen dat de grootste investeerder in de sport, de lokale overheid, haar bezuinigingen niet op de sport afwentelt. Dit zijn de belangrijkste resultaten uit het rapport Tussen veerkracht en vrees. De impact van de recessie op de georganiseerde sport, dat het Mulier Instituut op verzoek van NOC*NSF heeft opgesteld.

Recessie in de Sport?

In februari/maart 2009 voerde het Mulier Instituut onderzoek uit naar de invloed van de kredietcrisis op de sportsector. Er heeft een quick scan plaatsgevonden onder sporters, fitnesscentra en onder sportverenigingen.

Voor de quick scan zijn 587 sportverenigingen ondervraagd. Uit het onderzoek komt onder andere naar voren dat 2.400 verenigingen (9%) verwachten eind 2009 niet meer financieel gezond te zijn terwijl ze dat nu nog wel zijn. Deze en andere uitkomsten stonden centraal in het debat 'Recessie in de sport?' dat het Mulier Instituut op 23 maart 2009 organiseerde.

Klik hier om de belangrijkste resultaten van de sportverenigingen te downloaden.

Onderzoek naar onwenselijk gedrag in de sport

Het Mulier Instituut voerde in 2008 in opdracht van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een onderzoek uit onder sportverenigingen in Nederland naar hun ervaringen met en beleid gericht op onwenselijk gedrag in de sport.

Via dit onderzoek proberen overheid en sportwereld meer inzicht te krijgen in de ervaringen van mensen met wangedrag in de sport en met de aanpak daarvan, zodat ze daarop in de toekomst meer gericht actie kunnen ondernemen.

Op 3 september 2008 is de publicatie Weinig over de schreef verschenen. Dit is een gezamenlijke uitgave van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Mulier Instituut.

Dit onderzoek richt zich op onwenselijk gedrag in de breedtesport. Het biedt allereerst meer zicht op de mate waarin onwenselijk gedrag voorkomt. Hoeveel sporters zijn getuige of slachtoffer? Deze incidentie wordt bovendien vergeleken met die in andere maatschappelijke sectoren. Vervolgens wordt beschreven hoe beeldvorming over sport en negatieve ervaringen doorwerken in de sportdeelname. Vormen deze aanleiding om te stoppen met sporten of er überhaupt niet aan te beginnen? Ten slotte wordt ingegaan op interventies en campagnes om onwenselijk gedrag in de sport te voorkomen of te verminderen. Hoe bekend zijn campagnes en welke maatregelen zijn al gangbaar binnen sportverenigingen? De conclusie van het rapport is dat er nog wel het een en ander kan worden verbeterd, maar dat toch over het geheel genomen de beeldvorming over misstanden in de sport negatiever is dan de praktijk rechtvaardigt.

Klik hier om de vragen van het onderzoek te bekijken. Klik hier om het rapport Weinig over de schreef te downloaden.

Publicaties

Van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het Verenigingspanel, zijn diverse publicaties verschenen. Klik voor meer informatie over de gewenste publicatie op de betreffende titel.

 

Factsheets Verenigingspanel

Sinds vorig jaar brengt het Mulier Instituut vanuit het panel zogenaamde factsheets uit. Deze factsheets zijn nieuwsbrieven waarin de meest relevante resultaten van een onderzoek naar voren komen en/of aandacht wordt besteed aan een op dat moment actueel thema binnen het sportverenigingsleven.

Hieronder vindt u de tot nu toe gepubliceerde factsheets van het Verenigingspanel.

Download Factsheet 6 - Sportverenigingen tussen tradities en ambities - oktober 2011

Download Factsheet 5 - Verenigingsmonitor 2009 Thema - februari 2010

Download Factsheet 4 - Verenigingsmonitor 2008 versie 2 - juli 2009

Download Factsheet 3 - Verenigingsmonitor 2008 versie 1 - juni 2009

Download Factsheet 2 - Recessie in de Sport? - maart 2009

Download Factsheet 1 - Verenigingsmonitor en Sportsponsoring - november 2008

Opdrachtgever

Ministerie van VWS

Contactpersoon

drs. Janine van Kalmthout

Dit project maakt onderdeel uit van het Meerjaren onderzoeksprogramma 2011-2014 Sportland Nederland, ambities en prestaties