Sport en governance

Op diverse plaatsen is in het sportbeleid steeds nadrukkelijker een spanning zichtbaar tussen beleidsambities en implementatiemogelijkheden: tussen de rijksoverheid en de nationale sportorganisaties, tussen de lokale overheid en sportverenigingen, tussen de sportkoepel en sportbonden, tussen de sportbonden en sportverenigingen et cetera. Op diverse manieren worden pogingen ondernomen om deze zogenoemde implementation gap te dichten. Veel recente ontwikkelingen in het sportbeleid kunnen (mede) in dit licht worden begrepen. Het implementatievraagstuk en de pogingen dit op te lossen, roepen vragen op met betrekking tot kernpunten uit de governance theorie: over legitimiteit, efficiency, democratie en accountability. In dit verband is van belang na te gaan hoe de implementatieproblematiek zich op sportgebied heeft ontwikkeld en hoe deze problematiek zich verhoudt tot die in andere sectoren? Welke oplossingen worden voor deze problematiek gevonden, hoe effectief zijn deze, en wat zijn de gevolgen hiervan voor de verhoudingen, besluitvorming en ontwikkeling binnen de georganiseerde sport?

Hoewel deze vragen het hart raken van de problematiek waarmee veel bestuurders en beleidsmakers worstelen, zijn zij in Nederland nog niet of nauwelijks tot onderwerp van wetenschappelijk onderzoek gekozen. Het deelprogramma 'Governance-vraagstukken in de sport' brengt hierin verandering: niet alleen om hiermee een bijdrage te leveren aan de wetenschappelijke literatuur op dit terrein, maar ook vanwege het maatschappelijk belang ervan.

Ter beantwoording van de gestelde vragen wordt in dit deelprogramma een state of the art-overzicht gecreƫerd van governance-literatuur over de geformuleerde sturings- en implementatieproblematiek. Daarnaast worden zeven projecten uitgevoerd die inhaken op actuele praktijkkwesties in de governance van sport met betrekking tot sturingsambities en implementatievraagstukken. Elk project onderzoekt de sturings- en implementatieproblematiek op een specifiek niveau in de georganiseerde sport (sportbonden, bestuurlijke tussenlagen, sportverenigingen) en steeds in relatie tot de sturingsambities en implementatievraagstukken die bij de overheid leven.

De thema's van de deelprojecten zijn:

1. Hybridisering van sportorganisaties
Onderzoek naar de vermenging van functies van sportorganisaties, introductie van andere bestuursvormen en verantwoordingsvormen dan in het verenigingsmodel gebruikelijk is.

2. Invloed organisatiecultuur op diversiteitsbeleid
Het onderzoek beoogt vanuit een organisatiecultureel perspectief inzicht te geven in wat veranderingen van ambities, taken en verantwoordelijkheden van sportorganisaties betekenen voor de in- en uitsluiting van leden. Met deze inzichten kunnen meer gedifferentieerde aanbevelingen worden geformuleerd om de implementatie van beleidsaanbevelingen in sportorganisaties te verbeteren.

3. Spanningen in de relatie tussen gemeenten en sportverenigingen
Onderzoek naar de sturingsambities en de daarmee samenhangende implementatieproblematiek op sportgebied, in het bijzonder in de stad Utrecht. Het onderzoek richt zich op beleidsinterventies: wat werkt, wat niet en waarom, ook in termen van democratische besluitvorming, transparantie, controle en verantwoording; maar ook in termen van machts- en afhankelijkheidsverhoudingen en de bredere context waarin sportbeleid zich ontwikkelt.

4. Regulatory governance in the sports sector
De onderzoeksvraag van dit onderzoek luidt: Hoe verhoudt de sportsector zich tot andere sectoren met betrekking tot de mogelijkheden tot regulering?

5. The governance of high performance sport
Inleidend hoofdstuk over governance-vraagstukken in de internationale topsportwereld.

6. Sport besturen
Inleiding tot sportbesturen en besturen van sport in Nederland

7. Governance-monitor
Dit onderzoek omvat systematische dataverzameling over governance in de sport (mapping the field). Het in kaart brengen van de onderlinge belangenverstrengelingen, machtsverhoudingen en bestuurlijke netwerken draagt ertoe bij dat helderder wordt hoe de sport wordt bestuurd, wie of welke groepen het meest invloedrijk zijn en hoe zij aankijken tegen de ontwikkelingen in de sport. Middels de monitor worden deze onderlinge verhoudingen enerzijds in kaart gebracht, en anderzijds ook onderwerp van nadere bestuurskundige studie gemaakt.

Opdrachtgever

Ministerie van VWS

Contactpersoon

prof. dr. Maarten van Bottenburg

Dit project maakt onderdeel uit van het Meerjaren onderzoeksprogramma 2011-2014 Sportland Nederland, ambities en prestaties