Homo's -mits niet te verwijfd- welkom in de sport
09/12/2011
Net als in de samenleving als geheel is homoseksualiteit aardig geaccepteerd binnen de Nederlandse (verenigings)sport, ook onder mannelijke teamsporters. Maar de acceptatie is veelal voorwaardelijk en tevens kwetsbaar, zo blijkt uit uitgebreid onderzoek van het Mulier Instituut in opdracht van de Alliantie Gelijkspelen en de stichting Homosport Nederland. Homonegatief gedrag is niet aan de orde van de dag, maar komt vooral en soms ook in ernstige vorm voor binnen mannensportteams. Een op de tien jonge mannelijke sporters zegt moeite te hebben met een homoseksuele medesporter en zes op de tien mannelijke teamsporters rapporteert dat er in hun sportgroepen opmerkingen en grappen over homo’s worden gemaakt. Homo-/biseksuele sporters, en in het bijzonder biseksuele mannen voelen zich lang niet altijd veilig genoeg om in hun sportgroep openlijk voor hun seksuele voorkeur uit te komen. Ook bestaan er grote verschillen in clubsportdeelname tussen homo- (16%) en heteroseksuele mannen (35%); deels voortkomend uit het bewust mijden van bepaalde ‘macho’sporten door homomannen.
Voor het realiseren van een brede acceptatie van homoseksualiteit en een homopositief klimaat binnen de gehele wedstrijdsport is blijvende beleidsaandacht dan ook wenselijk, zo concluderen de auteurs van Seksuele diversiteit in de sport: sportdeelname en acceptatie. Het eerste exemplaar van de onderzoeksrapportage wordt op 9 december aangeboden aan vertrekkend voorzitter van Homosport Nederland - de belangenorganisatie voor homo-/bisekuele sporters -, Judith Schuyf.
Ook de topsport kent tegenwoordig diverse openlijk lesbische en homoseksuele sporters. Maar in het professionele mannenvoetbal en in nationale mannenteams kwam nog geen homo ‘uit de kast’. Zijn ze er niet of durven ze niet voor hun seksuele voorkeur uit te komen? In opdracht van de Alliantie Gelijkspelen en de stichting Homosport Nederland verrichtte het Mulier Instituut in 2010 en 2011 uitgebreid onderzoek naar seksuele diversiteit binnen de breedtesport. Enerzijds naar de samenhang tussen seksuele voorkeur en sportdeelname: sporten hetero’s en homo’s evenveel; beoefenen ze verschillende sporten en hoe zit het met biseksuele mannen en vrouwen? Anderzijds werd onderzocht in hoeverre homoseksualiteit geaccepteerd is in de (verenigings)sport, door homo-/biseksuele, heteroseksuele sporters en verenigingsbestuurders hierover te ondervragen. Tevens werd een specifieke studie uitgevoerd naar homonegativiteit binnen mannensportteams door middel van logboekverslagen: in welke mate en welke contexten worden homogerelateerde grappen en opmerkingen gemaakt?
De resultaten laten zien dat dé sport zeker niet onveilig is voor homo-/biseksuele mannen en vrouwen. De meeste heteroseksuele (verenigings)sporters hebben geen moeite met homoseksualiteit in de sport: zij geven aan openlijke homoseksuele medesporters of trainers van hun kinderen zonder meer te accepteren. Jonge mannelijke sporters zijn het minst positief als het gaat om de acceptatie van medesporters. Een op de tien heeft moeite met een homoseksuele medesporter en twee op de tien doucht liever niet met een homoseksuele medesporter. Als het gaat om de daadwerkelijke registratie van homonegativiteit, zien we dat zes op de tien jonge mannen en teamsporters rapporteren dat er in hun sportgroepen opmerkingen en grappen over homo’s worden gemaakt. Onder jonge vrouwelijke (team)sporters is dat gemiddeld twee op de tien. Een kwart van de ondervraagde homo- en biseksuele mannen en vrouwen is er min of meer aan gewend dat ‘homo’ in hun sport als een soort scheldwoord gebruikt wordt en heeft in hun sport wel eens of regelmatig te maken gehad met persoonlijk gerichte grappen over homoseksualiteit.
De uitkomsten ondersteunen eerder onderzoek dat homoseksualiteit an sich meestal niet wordt afgekeurd, maar dat het vaak vooral gaat om gendernormatieve aanpassing. Ook onder homo’s zelf. Van mannen wordt verwacht dat ze zich ‘mannelijk’ en niet ‘nichterig’ kleden en gedragen, anders zijn ze het mikpunt van spot. Als vrouw moet je juist niet te mannelijk zijn. Je mag best homo zijn in de sport, maar je moet het eigenlijk niet te veel laten zien, laat staan je daarmee expliciet identificeren. Vooral in (jonge) mannensportteams is nog vaak weinig ruimte voor ‘anders zijn’ en kenmerkt het klimaat zich regelmatig door homonegativiteit en gendernormativiteit. De meeste sportclubs hebben bovendien geen expliciet beleid gericht op het tegengaan van discriminatie.
Voor het realiseren van een brede acceptatie van homoseksualiteit en een homopositief klimaat binnen de gehele (wedstrijd)sport is meer bewustwording en daadkracht vanuit bonden en verenigingen van belang evenals het blijven monitoren van de mate van homoacceptatie en het voorkomen van homonegativiteit in de sport.
Klik hier om de publicatie Seksuele diversiteit in de sport: sportdeelname en acceptatie te downloaden.
Klik hier om de publicatie Seksuele diversiteit in de sport te bestellen bij Arko Sports Media.
Klik hier voor het persbericht Afscheidsbijeenkomst Judith Schuyf, voorzitter stichting Homosport Nederland (pdf).
