Naar Nieuwsoverzicht

Zwemlesaanbieders bezorgd over zwemniveau na behalen diploma

23/03/2018

Zwemlesaanbieders zijn bezorgd dat kinderen na het behalen van hun zwemdiploma te weinig oefenen en te weinig zwemmen. 70 procent van de zwemlesaanbieders vindt dat kinderen na de zwemles te weinig zwemmen, waardoor hun zwemvaardigheid achteruit gaat.

Dat concludeert het Mulier Instituut dat de mening van zwemlesaanbieders over zwemveiligheid en de kenmerken van een zwemles heeft onderzocht. 372 zwemlesaanbieders, actief in zowel zwembaden, verenigingen als bij particuliere zwemscholen, hebben aan het onderzoek deelgenomen.

Andere belangrijke bevindingen uit het onderzoek zijn:

  • 84 procent van de zwemlesaanbieders geeft les in openbare zwembaden, met name particuliere zwemscholen geven (ook) in niet-openbare zwembaden les;
  • Wat betreft frequentie en lesduur biedt het merendeel van de zwemlesaanbieders als meest voorkomende vorm 1 keer in de week 45 minuten zwemles aan;
  • 15 procent van de zwemlesaanbieders biedt zwemles met een lange lesduur (meer dan 90 minuten) aan. 3 procent geeft aan dat nu niet te doen, maar het in de toekomst wel te willen;
  • De helft van de respondenten kent voor de zwemles een minimale startleeftijd van 4 jaar, 32 procent van de respondenten hanteert een startleeftijd van 5 jaar. De aanbieders zien vaker 5 dan 4 jaar als ideale startleeftijd voor kinderen bij zwemles.

Deze publicatie maakt onderdeel uit van het project NL Zwemveilig, dat wordt gecoördineerd vanuit de Nationale Raad Zwemveiligheid en mede mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van VWS. Dit project is gericht op het verzamelen van bestaande en nieuwe kennis over leren zwemmen om de zwemveiligheid van de Nederlandse bevolking op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen.

Klik hier om de rapportage Zwemlesaanbieders 2017 te downloaden (pdf).

Neem voor meer informatie contact op met Corry Floor (Mulier Instituut).

Klik hier voor meer informatie over NL Zwemveilig.

Klik hier voor de brief die Minister Bruins van Medische Zorg en Sport met het rapport naar de Kamer stuurde.