Naar Nieuwsoverzicht

Rekenkameronderzoek als spiegel voor de sport

30/11/2013

“Sport is bij uitstek geschikt voor rekenkameronderzoek” aldus Remco Hoekman, onderzoeker bij het Mulier Instituut. Hij sprak deze inleidende woorden gisteren op het succesvolle Mulierdebat Rekenkamer en sport’. Succesvol omdat de verzorgde presentaties tot de verbeelding spraken en het zeer diverse publiek zich deed gelden in de discussie.

Presentaties

Remco Hoekman (Mulier Instituut)

“Sport is zeer geschikt voor rekenkameronderzoek, met name door de decentralisatie van beleid in combinatie met de cultuur van presteren.” 

Klik hier voor de presentatie (pdf).

Steven Dijk (Rekenkamercommissie Zoetermeer)

“Wij stelden vast dat er in Zoetermeer nauwelijks verband was tussen de doelstellingen en inzet van beleid.” 

Klik hier voor de presentatie (pdf).

Annette Prent (KplusV)

“Belangrijk bij rekenkameronderzoek is afbakening, timing en follow-up. Dan is het meer dan ‘ladocument’.”

Klik hier voor de presentatie (pdf).

Kern van de discussie na de pauze was de formulering van beleidsdoelstellingen. Concrete doelstellingen maken goed rekenkameronderzoek mogelijk. Beleid dat SMART geformuleerd is kan helpen bij het beoordelen van beleid als ‘effectief’ of ‘doelmatig’.

Bij het onderzoeken en beoordelen van beleid dient de lokale context nooit vergeten te worden. Gemeentes geven als voorbeeld dat niet iedere sporthal op dezelfde wijze beoordeeld kan worden omdat er vaak sprake is van een totaal andere context. “Men loopt het risico appels met peren te willen vergelijken. Daarmee wordt soms vergeten dat gemeentelijk sportbeleid allemaal maatwerk is.”

Toch zijn vergelijkingen en benchmarks wel degelijk te maken volgens de aanwezigen. Door bijvoorbeeld de procesbenadering in het onderzoek toe te passen kan dit zelfs uitermate waardevol zijn. Goed rekenkameronderzoek is bij uitstek een aanleiding om het gesprek aan te gaan over de grondslagen van beleid en de daaraan gekoppelde inzet van beleidsinstrumenten.